Hét kennisplatform voor slimme & duurzame installatietechniek

Compact wonen vraagt slimme ventilatie: zo integreer je ventilatietechnieken in nieuwbouw en renovatie

Woningen worden steeds compacter, terwijl de eisen rond ventilatie, energieprestaties, binnenluchtkwaliteit en comfort almaar strenger worden. Hoe integreer je alle technieken in een beperkte ruimte zonder in te boeten aan prestaties? In deze aflevering gaat Kris Vandekerckhove in gesprek met Jan Tratsaert (DUCO) en Pieterjan Spyns (PJS Installatietechnieken) over de uitdagingen van ventilatie in nieuwbouw en renovatie. Ze bespreken waarom ventilatie al in de ontwerpfase moet worden meegenomen, hoe slimme en compacte ventilatie-oplossingen het verschil maken en welke innovaties de toekomst van energiezuinig en gezond wonen zullen bepalen.

Transcriptie

[00:02] Compact wonen vraagt een andere kijk op technieken
Kris Vandekerckhove: Welkom in de podcaststudio’s van Lauwers Mediagroep in Oostkamp. Appartementen en woningen worden steeds kleiner, maar de verwachtingen van de bewoners blijven groeien, los van de steeds sneller evoluerende wetgeving. Comfort, energie-efficiëntie en binnenluchtkwaliteit moeten vandaag hand in hand gaan met een doordachte integratie van technieken. Hoe slaagt de sector daarin? Dat bespreken we vandaag met Jan Tratsaert van DUCO en Pieterjan Spyns van PJS Installatietechnieken. Heren, welkom. Eerst en vooral, Pieterjan, spreek ik uw achternaam goed uit?
Pieterjan Spyns: Eigenlijk is het “Spins”.
Kris Vandekerckhove: “Spins”? Dus echt West-Vlaams eigenlijk. De ‘ij’ wordt een ‘i’. Goed. Jan, compact wonen is al lang geen uitzondering meer. Welke impact heeft die trend vandaag op ventilatieconcepten?

[01:08] Woningen worden kleiner en technieken moeten mee evolueren
Jan Tratsaert: Wij merken ook dat woningen steeds kleiner worden. Dat zien we zeker in de appartementsbouw. De trend van immens grote huizen bouwen bestaat nog, maar dat aandeel is zeer klein tegenover appartementen. Als we naar projectbouw kijken, vertegenwoordigt die bij ons ongeveer 70 à 80 procent van alle nieuwbouw. We zien daar dat de oppervlaktes gewoon kleiner zijn. We worden met steeds meer mensen op deze planeet, zeker ook in België, terwijl de beschikbare ruimte beperkt is. Niet alleen sociale woningen, maar ook appartementen zijn vandaag veel meer de norm dan de grote fermettes en woningen die vroeger gebouwd werden. Het is dus terecht dat wordt gezegd dat alles kleiner moet worden dan vroeger.

[02:05] Ook renovaties evolueren naar kleinere wooneenheden
Kris Vandekerckhove: Hoe zit dat dan met de renovatiegolf die we eigenlijk zouden moeten hebben? Daarbij worden toch vooral grotere woningen aangepakt.
Jan Tratsaert: Dat hangt ook af van de regio. Ik kom zelf uit het Brusselse. Het herenhuis waar ik vroeger woonde, is ondertussen opgesplitst in drie wooneenheden. Het kapitaal is er vaak niet meer om zo’n grote woning volledig aan te kopen en volledig te renoveren. Dat huis was 350 à 400 vierkante meter groot, met zes kelders. Vandaag zijn dat drie appartementen met beneden een garage voor alle bewoners. Ook daar zien we dus dat het klassieke renovatieproject veel minder voorkomt dan veel mensen denken.

[02:57] Meer technieken op minder oppervlakte
Kris Vandekerckhove: Er moet dus veel meer gebeuren op een veel kleinere ruimte.
Jan Tratsaert: Absoluut. Enerzijds is de aankoop duur, anderzijds zijn renovaties duur. De budgetten zijn er vaak niet om zo’n woning volledig naar wens te verbouwen.
Kris Vandekerckhove: Zie je die trend ook op de werf, Pieterjan?
Pieterjan Spyns: Zeker. Nieuwbouwwoningen worden kleiner en compacter. Ook op vlak van ventilatie merken we dat. In woningen uit de jaren zestig en zeventig waren plafondhoogtes van 2,70 meter normaal. Vandaag gaat men vaak naar 2,50 meter om zoveel mogelijk volume te winnen. Dat betekent wel dat je ventilatiekanalen veel moeilijker kwijt kunt. Er wordt voortdurend gevochten over de opbouwhoogte van de vloer, zeker op de verdieping. Je moet ventilatiekanalen kruisen, andere leidingen voorzien… Het is altijd een beetje vechten voor je plaats. Daarnaast nemen ook warmtepompen en ventilatie-units ruimte in. Een C-box krijg je nog relatief gemakkelijk weggewerkt, maar een D-box neemt toch behoorlijk wat plaats in.

[04:12] Luchtdichte woningen maken ventilatie noodzakelijk
Kris Vandekerckhove: Is dat dan de grote uitdaging? Elke woning moet veel meer technieken bevatten, terwijl ze kleiner wordt.
Pieterjan Spyns: Precies. Vroeger sprak niemand over ventilatie. Er was geen spouwisolatie, enkel glas, ramen werden niet luchtdicht geplaatst. Er was dus natuurlijke ventilatie. Vandaag worden ramen luchtdicht afgewerkt, woningen zijn veel beter geïsoleerd en ook rolluikkasten verdwijnen. Dat maakt woningen luchtdichter, maar heeft een negatieve impact op de luchtkwaliteit. Daarom is ventilatie vandaag echt noodzakelijk. Wanneer mensen daar bij een renovatie niet aan denken, brengen wij dat altijd zelf ter sprake, omdat we weten welke gevolgen dat achteraf kan hebben: muffe lucht, schimmel en een slechte binnenluchtkwaliteit. Achteraf nog ventilatie voorzien is quasi onmogelijk.

[05:16] Ventilatie moet vanaf het ontwerp worden meegenomen
Kris Vandekerckhove: Dat brengt mij bij mijn volgende vraag. In principe moeten mensen zoals jullie zo vroeg mogelijk in het traject worden betrokken.
Jan Tratsaert: Absoluut. Om even verder te gaan op wat Pieterjan vertelde: mensen die wat ouder zijn, herinneren zich nog enkel glas. Je stond ’s morgens op en de condens stond op de ramen. Dat was toen het minst geïsoleerde deel van de woning. Vandaag hebben we hoogisolerend dubbel of driedubbel glas. Daardoor is de muur vaak het zwakste punt geworden. Materialen kunnen nog een beperkte hoeveelheid vocht opnemen en afgeven, maar dat is niet voldoende. Ik gebruik vaak het voorbeeld van een plastic zakje. Iedereen weet dat wassen en strijken vocht produceren, maar men vergeet de bewoners zelf. Blaas eens in een plastic zakje. Eerst zie je dat het zich vult met lucht. Even later verschijnt er condens en daarna zie je waterdruppels ontstaan. Dat is exact hetzelfde vocht dat je in je woning produceert. Dat komt uiteindelijk op je muren terecht. Daarom zien we de meeste vochtproblemen ook in slaapkamers. Dat zijn meestal de minst verwarmde ruimtes waar twee mensen acht à negen uur liggen te ademen. Veel mensen beseffen niet dat net daarom ventilatie zo belangrijk is geworden.

[07:04] Architectuur en technieken moeten beter op elkaar worden afgestemd
Jan Tratsaert: Ik wil geen slecht woord zeggen over architecten, maar we kunnen veel leren van hoe woningen vroeger gebouwd werden. In oude huizen had je vaak één centrale schacht van beneden tot boven. Er was ook een grote stookruimte, omdat ketels en mazouttanks veel plaats innamen. Vandaag krijg je een kleine berging waarin een wasmachine, droogkast, warmtepomp, eventueel een boiler of buffervat én een ventilatiesysteem moeten passen. Dat alles in een ruimte van twee op drie meter.

[07:50] Compactere ventilatie-units hebben hun grenzen
Kris Vandekerckhove: Moeten fabrikanten dan oplossingen ontwikkelen voor kleinere ruimtes?
Jan Tratsaert: Dat doen we ook, tot op zekere hoogte. Zoals Pieterjan zei, krijg je een C-systeem nog vrij gemakkelijk weggewerkt. Dat is compact. Maar omdat iedereen zo energie-efficiënt mogelijk wil bouwen en rekening houdt met EPB- en EPC-scores, wordt vaak voor een D-systeem gekozen. Dat biedt meer comfort, maar een warmtewisselaar heeft nu eenmaal een bepaalde oppervlakte nodig om warmte te recupereren. Die krijg je niet in een koffiefilter of een pakje sigaretten gestopt.
Pieterjan Spyns: Of in een keukenkast.
Jan Tratsaert: Inderdaad. Al hebben wij ondertussen wel een nieuwe unit ontwikkeld die in een keukenkast past. Als fabrikant proberen we steeds compacter te werken, maar er zijn technische grenzen. Dat vraagt ook bewustwording bij architecten. Zij moeten vandaag ontzettend veel weten, maar het blijft belangrijk om vanaf het ontwerp voldoende rekening te houden met alle technieken. Verluchten via wifi bestaat nog altijd niet. We moeten buizen trekken en die moeten ergens kunnen liggen. Vroeger werd een zichtbare galvabuis zonder problemen weggewerkt achter een omkasting. Vandaag mag niets meer zichtbaar zijn. Dat maakt het een heel ander verhaal.

[09:27] Te laat nadenken over ventilatie kost ruimte en geld
Kris Vandekerckhove: Kom je op de werf vaak tegen dat ventilatie te laat in het ontwerp wordt meegenomen, waardoor de situatie nog moeilijk op te lossen is?
Pieterjan Spyns: Uiteindelijk vind je altijd wel een oplossing, maar dat heeft een prijs. Denk aan inbouwkasten aanpassen, vloerniveaus verhogen of deuropeningen wijzigen. Ideaal is natuurlijk dat er al tijdens het ontwerp rekening wordt gehouden met het vloerpakket en dat de ventilatie-unit centraal in de woning geplaatst kan worden. Dan kun je de kanalen veel efficiënter verdelen en heb je veel minder plaats nodig. Zodra een woning ontworpen of vergund is, valt daar nog maar weinig aan te veranderen.

[11:16] Ventilatie wordt nog te laat meegenomen in het ontwerp
Kris Vandekerckhove: Toch bijna onwaarschijnlijk dat in deze tijd, waarin de wetgeving zo streng is geworden en je van alle kanten wordt gestimuleerd om te ventileren en de EPC-waardes naar beneden te krijgen, er nog nieuwbouwwoningen zijn waar daar te weinig over wordt nagedacht.
Pieterjan Spyns: Je krijgt altijd een ventilatievoorontwerp, maar daar zie je soms al dat je moet kruisen met leidingen. Mensen vragen dan of er geen platte kanalen bestaan. Die bestaan wel, maar het verschil is minimaal. Als je twee leidingen moet laten kruisen en daar nog waterleidingen en elektriciteit bijkomen, dan kom je gewoon uit de vloer. Toch worden ventilatievoorontwerpen vaak zo getekend. Niemand neemt daar echt de verantwoordelijkheid voor, omdat het maar een aanzet is.

[12:08] Een goed ventilatievoorontwerp voorkomt problemen
Jan Tratsaert: Dat heeft ook te maken met de ventilatieverslaggever. Ik doe dat zelf ook in bijberoep. Je kunt dat op twee manieren aanpakken. Je kunt simpelweg aanduiden hoeveel lucht er in elke ruimte nodig is en een rood en blauw bolletje op het plan zetten. Maar je kunt je voorstudie ook veel beter uitwerken. Als je in de ontwerpfase al aangeeft hoe de leidingen zullen lopen, moet de installateur dat achteraf niet meer zelf uitzoeken. Bovendien kan het volledige dossier dan bekeken worden door architecten en andere betrokken partijen, waardoor eventuele knelpunten veel vroeger zichtbaar worden.

[12:59] Nieuwe richtlijnen maken renovatie realistischer
Jan Tratsaert: Er is gelukkig ook een evolutie gekomen in de regelgeving. Buildwise heeft de ventilatienormen voor renovaties aangepast. Vroeger werd alles berekend op basis van de oppervlakte. Vandaag kijkt men veel meer naar de afvoerruimtes. Men beseft dat lucht die je in één ruimte inblaast, ook gebruikt wordt als doorstroomlucht naar andere ruimtes. De lucht die je in een slaapkamer inblaast, kan perfect doorstromen naar de keuken beneden. Waarom zou je dan overal opnieuw dezelfde grote debieten moeten voorzien?

[13:53] Slimme sturing zonder complexe domotica
Kris Vandekerckhove: Wordt dat dan elektronisch geregeld of automatisch? Hoe werkt dat precies?
Jan Tratsaert: Dat hangt af van hoeveel iemand wil investeren. Ik ben zelf geen grote voorstander van apps en uitgebreide domotica. Moderne ventilatiesystemen beschikken vandaag al over heel slimme regelingen. Wij meten bijvoorbeeld vocht en CO₂, maar kunnen ook werken met verschillende zones, zoals een dag- en nachtzone. Je bevindt je zelden tegelijk in je slaapkamer én in je living. Door daarop te sturen draait het toestel stiller, verbruikt het minder energie en verhoogt ook het comfort. In Nederland zijn ze daar al verder in. Daar werken ze met de zogenaamde 70%-regel, waardoor kleinere toestellen toch grotere woningen kunnen bedienen omdat ze slimmer gebruikmaken van de luchtstromen. Dat betekent niet alleen kleinere toestellen, maar ook kleinere leidingen en minder plaatsverlies. Daarom moet er vandaag gewoon beter worden nagedacht over hoe we ventileren.

[15:24] Een watertoren ombouwen tot B&B
Kris Vandekerckhove: Jullie hebben recent ook meegewerkt aan de transformatie van de watertoren in Riemst. Dat zal ook de nodige uitdagingen met zich hebben meegebracht.
Jan Tratsaert: Absoluut. Ze wilden daar een B&B met vijf of zes kamers realiseren, maar je zit natuurlijk met een enorme beperking qua beschikbare ruimte. Gelukkig hadden wij toen al een zeer compacte unit ontwikkeld die specifiek ontworpen is om tegen het plafond te plaatsen.

[15:59] Compacte toestellen creëren nieuwe mogelijkheden
Kris Vandekerckhove: Dat is niet dezelfde unit die in een keukenkast past?
Jan Tratsaert: Nee, die bestond toen nog niet. Maar het toont wel aan dat de vraag naar compacte toestellen steeds groter wordt. Waarom zou je een unit van 400 kubieke meter per uur plaatsen als je maar 200 of 250 nodig hebt? Elke centimeter ruimte die je wint, is meegenomen. Compactere toestellen zijn bovendien vaak goedkoper. De uitdaging blijft natuurlijk om alle techniek erin te krijgen. Onze plafondunit kan bijvoorbeeld ook tegen de wand geplaatst worden. Dat geeft veel meer flexibiliteit, zeker in renovatieprojecten of gebouwen met hoge plafonds, waar je met een verlaagd plafond meteen alle leidingen kunt wegwerken.

[17:06] Elke renovatie vraagt een andere oplossing
Kris Vandekerckhove: Zijn dat de belangrijkste lessen die jullie uit zo’n project hebben meegenomen?
Jan Tratsaert: Ik weet niet of het lessen zijn. Het toont vooral aan dat je telkens opnieuw een oplossing moet vinden.

[17:21] Ventilatie in een split-levelwoning
Kris Vandekerckhove: Pieterjan, jij hebt ongetwijfeld ook al heel wat uitdagende projecten achter de rug.
Pieterjan Spyns: Zowel nieuwbouw als renovatie. Momenteel werken we aan de renovatie van een split-levelwoning uit de jaren negentig.
Kris Vandekerckhove: Wat is een split-levelwoning voor de luisteraars die dat niet kennen?
Pieterjan Spyns: Dat is een woning met tussenverdiepingen. Geen klassieke gelijkvloers, eerste en tweede verdieping, maar verschillende halve niveaus.
Kris Vandekerckhove: Waarom bouwde men zoiets?
Pieterjan Spyns: Architecten vonden dat mooi. Al die kleine trapjes hadden hun charme.
Kris Vandekerckhove: Er werd toen nog niet nagedacht over de mensen die achteraf alle technieken moesten installeren.
Pieterjan Spyns: In de jaren negentig was dat uiteraard veel minder een aandachtspunt dan vandaag.

[18:15] Ventilatie inpassen blijft puzzelwerk
Kris Vandekerckhove: Wat was daar de grootste uitdaging?
Pieterjan Spyns: We moesten er een ventilatie D-systeem installeren. Een C+-systeem is bij renovaties vaak eenvoudiger omdat je minder kanalen nodig hebt. Bij een D-systeem heb je zowel mechanische toevoer als afvoer, dus dubbel zoveel kanalen. De ventilatie-unit is groter en je hebt veel meer leidingwerk. Sommige mensen willen echter geen raamroosters. Dan blijft een D-systeem over. Alleen zit in een split-levelwoning bijna elke kamer op een ander niveau. Alles moet perfect op voorhand uitgetekend worden zodat je geen waterleidingen, afvoeren of vloerverwarming kruist. Anders krijg je de volledige opbouwhoogte gewoon niet rond. En de elektricien komt pas helemaal op het einde, dus die zal ook nog moeten puzzelen.

[20:02] Complexe renovaties worden steeds vaker de norm
Kris Vandekerckhove: Is dat een voorbode van wat ons de komende jaren te wachten staat? Nu steeds meer gebouwen een tweede leven krijgen, zullen we wellicht nog vaker zulke complexe renovaties zien.
Pieterjan Spyns: We hebben zelfs al projecten uitgevoerd waarbij we twee kleinere ventilatie-units moesten plaatsen omdat één centrale unit gewoon onmogelijk was. Je vindt altijd wel een oplossing, maar de vraag is natuurlijk tegen welke prijs.

[20:38] De verwachtingen van de klant botsen soms met de praktijk
Kris Vandekerckhove: Is er dan geen te groot verschil tussen wat de klant wenst en wat jullie praktisch kunnen realiseren?
Jan Tratsaert: Klanten willen die technieken eigenlijk niet zien.
Pieterjan Spyns: Nee. En ventilatie is voor veel mensen nog altijd iets waarvan ze denken: waarom is dat nodig? Zet toch gewoon een raam open.
Jan Tratsaert: Ventilatie is ook niet sexy. Als mijn vrouw mag kiezen tussen een paar duizend euro voor een ventilatiesysteem of voor een mooie designkraan, dan weet ik wel wat ze kiest. Maar je ziet wel een duidelijke evolutie. In het begin van de ventilatie moest ik bijna iedereen overtuigen waarom het nodig was. Vandaag begrijpt vrijwel iedereen het nut ervan. Alleen willen mensen de installatie niet meer zien. Vroeger werkte men met zichtbare gegalvaniseerde kanalen en daar maakte niemand een probleem van. Vandaag discussiëren we al over een verlaagd plafond van tien centimeter. Dat toont aan dat de bewustwording gegroeid is, maar tegelijk moeten we daardoor technische compromissen sluiten die niet altijd de beste oplossing opleveren.

[22:10] Compactere leidingen zijn niet altijd beter
Jan Tratsaert: Leidingen van 63 millimeter zijn handig, flexibel en gemakkelijk te plaatsen. Maar luchttechnisch zijn ze niet te vergelijken met leidingen van 75 of 90 millimeter. Het drukverlies ligt veel hoger, waardoor het toestel harder moet werken en meer energie verbruikt. We sluiten dus soms compromissen omdat er eenvoudigweg geen plaats is. Dat zijn geen slechte oplossingen, maar ook niet altijd de beste oplossingen.

[22:57] Ook de bouwheer moet zich bewust worden van ventilatie
Kris Vandekerckhove: Het is dus niet alleen een kwestie van bewustwording bij architecten en studiebureaus, maar ook bij de bewoners zelf. Zij willen vaak renoveren, maar tegelijk mag niets zichtbaar zijn of ontbreekt het budget.
Pieterjan Spyns: Inderdaad. Mensen moeten zich vooral bewust worden dat ventilatie echt noodzakelijk is. Wij komen regelmatig het zogenaamde keukenkastventiel tegen.
Kris Vandekerckhove: Wat is dat precies?
Pieterjan Spyns: Het ventiel zit normaal in het plafond. Er bestaan ook inpleisterbare roosters. De standaardventielen van DUCO zijn eigenlijk heel netjes afgewerkt en mogen gerust gezien worden. Toch willen sommige mensen absoluut een volledig strak plafond. Dan wordt het ventiel verborgen boven een keukenkast, met een klein spleetje erboven om lucht af te zuigen. Alleen werkt dat niet. Je zuigt dan vooral lucht van boven de kast af in plaats van uit de keuken. Net daar, waar tijdens het koken veel vocht en geuren vrijkomen, is een goede afzuiging nochtans essentieel.

[24:30] Een gezin produceert dagelijks 17 liter vocht
Jan Tratsaert: Er is ooit onderzocht hoeveel vocht een gezin van vier personen per dag produceert. Dat blijkt ongeveer zeventien liter te zijn. Dat zijn bijna twee emmers water die je dagelijks in je woning brengt en die opnieuw moeten verdampen.
Kris Vandekerckhove: Het blijft toch opmerkelijk hoe dat vroeger allemaal lukte.
Pieterjan Spyns: Woningen ademden toen veel meer. Bovendien werkten radiatoren op veel hogere temperaturen. Mensen hingen zelfs bakjes water aan de radiatoren om voldoende luchtvochtigheid te behouden.
Jan Tratsaert: We kunnen woningen van vroeger niet meer vergelijken met vandaag. Ik ben absoluut voorstander van goed isoleren en zo weinig mogelijk energie verspillen. Maar er is wel een grens. Je kunt vijftig centimeter isolatie tegen een muur plaatsen, maar uiteindelijk bouw je een thermosfles. Door de hoge energieprijzen durven mensen hun verwarming minder gebruiken en zetten ze ook minder snel een raam open omdat ze bang zijn warmte te verliezen. Terwijl ventileren net belangrijk is. Droge lucht warmt veel sneller op dan vochtige lucht. Je verliest misschien een fractie van een graad door te ventileren, maar je wint dat terug doordat droge lucht veel sneller opnieuw op temperatuur komt.

[26:18] De toekomst ligt in vraaggestuurde ventilatie
Kris Vandekerckhove: Als we vooruitkijken: welke innovaties zullen de komende jaren volgens jullie het verschil maken om ventilatie nog beter te integreren in compacte gebouwen?
Jan Tratsaert: Ik ben een grote voorstander van vraaggestuurde ventilatie. Vandaag werken we vaak met een dag- en nachtzone, maar ik denk dat we nog veel verder moeten gaan. We zouden moeten ventileren op basis van de effectieve bezetting van elke ruimte. Ligt er ’s nachts één persoon in een slaapkamer, dan voorzie je daarvoor het juiste debiet. Liggen er twee personen, dan verhoog je dat automatisch. Daardoor zal de totale ventilatiecapaciteit veel lager uitvallen dan wanneer je alles blijft berekenen op basis van vierkante meters. Iemand die met twee personen in een woning van tweehonderd vierkante meter woont, heeft vandaag vaak een veel grotere unit nodig dan eigenlijk noodzakelijk is. Ik denk dat de toekomst ligt in het monitoren van de effectieve behoefte per ruimte. Daardoor kunnen we kleinere toestellen gebruiken en opnieuw ruimte winnen.

[29:02] Slimme sturing zit in het toestel zelf
Kris Vandekerckhove: Je zei daarnet dat je geen grote fan bent van domotica, maar nu lijkt het alsof je toch heel het ventilatiesysteem slim gaat aansturen.
Jan Tratsaert: De intelligentie zit in de ventilatie-unit zelf, niet in de domotica. De unit communiceert met zijn eigen sensoren. Externe sensoren koppelen zorgt vaak alleen maar voor extra complexiteit. Als alle communicatie binnen het systeem zelf verloopt, hoef je daar als gebruiker niet meer naar om te kijken. Dat is net het mooie eraan. Mensen kijken misschien de eerste weken nog naar hun CO₂- of vochtwaarden, maar daarna niet meer. Het systeem moet gewoon vanzelf zijn werk doen.

[30:27] Ventilatielucht als warmtebron
Pieterjan Spyns: Er is nog een ontwikkeling die ik heel interessant vind, al heb ik ze zelf nog niet kunnen toepassen omdat de EPB-regelgeving nog niet helemaal mee is. Dat zijn ventilatieluchtwarmtepompen. In Nederland worden die al vaker gebruikt. De warmte uit de afgevoerde ventilatielucht wordt daarbij gebruikt om het verwarmingswater op te warmen. Je hebt geen buitenunit nodig en ook geen boring.
Kris Vandekerckhove: Is dat niet een beetje alsof je gezuiverd wc-water opnieuw gaat drinken?
Pieterjan Spyns: Nee, de lucht en het water komen nooit met elkaar in contact. Alleen de warmte wordt overgedragen. Ik zou het heel graag eens in een woning toepassen.

[31:39] Compact bouwen vraagt nieuwe verwarmingsconcepten
Jan Tratsaert: De grootste beperking is volgens mij dat een warmtepomp voldoende luchtdebiet nodig heeft om efficiënt te werken. Persoonlijk geloof ik ook sterk in ventilatieroosters met een geïntegreerde verwarmingsstrip. In veel nieuwe appartementen bedraagt de warmtevraag nog maar 700 à 900 watt. Dan heb je eigenlijk geen klassiek verwarmingssysteem meer nodig. Warm water zal altijd nodig blijven, maar doordat woningen beter geïsoleerd worden, ontstaan ook nieuwe mogelijkheden. Het is aan ons om daar creatieve oplossingen voor te vinden. Alleen zou de regelgeving elektriciteit minder moeten afstraffen. Bij de lage warmtevraag van moderne woningen zijn eenvoudige elektrische oplossingen soms perfect haalbaar.

[33:18] Afsluiting
Kris Vandekerckhove: Daarmee zijn we aan het einde van deze podcast gekomen. Eén ding is duidelijk: woningen mogen dan wel kleiner worden, de verwachtingen op het vlak van comfort, energieprestaties en binnenluchtkwaliteit blijven onverminderd hoog. Dat vraagt niet alleen innovatieve oplossingen, maar ook een nauwe samenwerking tussen fabrikanten, ontwerpers en installateurs. Mijn hartelijke dank aan Jan Tratsaert van DUCO en Pieterjan Spyns van PJS Installatietechnieken voor hun inzichten en praktijkervaring. Bedankt voor het luisteren. Meer podcasts, artikels en praktijkverhalen uit de wereld van installatietechniek en bouw vindt u op de kanalen van Installatie & Bouw en Louwers Mediagroep. Graag tot een volgende keer.

Gerelateerde video's

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten