Hét kennisplatform voor slimme & duurzame installatietechniek

ATEM viert 80 jaar: hoe smart buildings, laadinfrastructuur en prefab bouwen de installatiesector veranderen

Technologie speelt een steeds grotere rol in moderne gebouwen. Slimme gebouwbeheersystemen, elektrische laadinfrastructuur en prefab bouwmethodes zorgen voor nieuwe uitdagingen én opportuniteiten voor installateurs. In deze aflevering van de podcast van Installatie & Bouw spreekt Björn Crul met Koen Notelaers, Managing Director van Wieland Electric-ATEM. Naar aanleiding van het 80-jarig bestaan van ATEM vertelt hij hoe de sector evolueert, welke impact smart buildings hebben op elektrische installaties en waarom prefab bouwen volgens hem een sleutelrol zal spelen in de toekomst van de bouwsector.

Transcriptie

[00:02] Introductie van ATEM en het jubileumjaar
Björn Crul: Dag luisteraars, fijn dat jullie op de afspraak zijn voor deze nieuwe podcast van Installatie & Bouw. Technologie speelt een steeds grotere rol in bedrijfsgebouwen. Om de realisatie van slimme en duurzame tertiaire gebouwen op een efficiënte manier te kunnen uitvoeren, rekenen heel wat installateurs op het aanbod en de expertise van ATEM, dat een onderdeel is van Wieland Electric. Mijn naam is Björn Crul en vandaag verdiep ik mij samen met Koen Notelaers van ATEM in de trends in de installatiesector. Dag Koen, welkom. 2026, dat is een bijzonder jaar voor jullie, want ATEM bestaat precies 80 jaar. Hoe is dat verhaal eigenlijk ooit begonnen en waar staan jullie vandaag?
Koen Notelaers: Ja, dat klopt. Vorige maand hebben we ons 80-jarig bestaan mogen vieren. Hoe is dat eigenlijk ontstaan? Dat is 1946, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Dan was er veel nood aan het heropstarten van productie. Er waren een aantal productiebedrijven die besloten hebben om een aankoopcentrale op te richten. Onze echte naam, onze volledige naam, is eigenlijk nog L’Auxiliaire Thermique Électrique et Mécanique. Dat klinkt misschien een beetje ouderwets, maar we hebben dat altijd behouden als ATEM. Veel producten zijn gekomen en gegaan in al die jaren natuurlijk. Er is een enorme evolutie geweest in deze sector. Maar eigenlijk hebben we een constante vanaf begin jaren 70, namelijk dat we Wieland Electric vertegenwoordigen in België. Zo is er al decennialang een relatie. Na al die jaren hebben de aandeelhouders beslist dat ze de zaak moesten verkopen. Onmiddellijk kwam Wieland in beeld en in twee stappen zijn we overgenomen door Wieland, waardoor we nu een volle dochter zijn van Wieland Electric.

[01:52] Overname door Wieland Electric
Björn Crul: Dat is eigenlijk precies tien jaar geleden, dus eigenlijk een dubbele verjaardag dit jaar. Wat heeft die integratie dan veranderd voor ATEM?
Koen Notelaers: Voor ATEM veel, voor de klanten eigenlijk niet zo veel. We hebben onze naam behouden, omdat we ook nog een aantal andere producten bleven vertegenwoordigen. Voor de klanten is het dezelfde naam, hetzelfde gezicht, er is weinig gewijzigd. Voor ons als ATEM heb je natuurlijk een veel betere back-up van een groter bedrijf, waar we ook de nodige steun van krijgen en financiële zekerheid door hebben.

[02:25] Wieland als internationale speler
Björn Crul: Wieland is wel een grote speler uit Duitsland, een echt gevestigd bedrijf.
Koen Notelaers: Ja, het is natuurlijk nog niet een van de grote jongens zoals Siemens en dergelijke, maar het is zeker een wereldwijd bedrijf met ook een heel lange historie, zelfs langer dan honderd jaar.

[02:45] Waarom installateurs voor ATEM kiezen
Björn Crul: Jullie klanten vandaag zijn groothandels, bordenbouwers, OEM-klanten van machinebouwers en grote installateurs. We denken aan ENGIE of een VMA. Hoe maken jullie voor zulke installateurs het verschil? Waarom doen zij specifiek een beroep op ATEM?
Koen Notelaers: In de eerste plaats omdat we een gevestigde waarde zijn in de markt. Ze kennen ons niet alleen van de kwaliteit van onze producten, waar een typisch Duits bedrijf garant voor staat, maar wij zien onszelf als specialist in de markt en worden ook zo gezien. Zij consulteren ons voor projecten, als er iets speciaal is, of voor standaardoplossingen natuurlijk, maar ook voor speciale toepassingen. Ze weten dat ze bij ons terecht kunnen. We hebben onze experten in huis, maar ook nog de support vanuit Duitsland als het echt zeer speciaal wordt.

[03:36] Project in de O40 Campus
Björn Crul: Wij zitten in het kantoorgebouw van Louwers Mediagroep in de O40 Campus in Oostkamp. Wat wel bijzonder is: jullie hebben hier ook aan bijgedragen.
Koen Notelaers: Dat klopt. Toen ik het adres zag om hier te komen, dacht ik direct aan O40. Er ging een belletje rinkelen en inderdaad, we hebben hier met VMA samengewerkt. Of beter gezegd: VMA heeft de installatie gedaan met onze producten hier. Dat is mooi om te zien, zeker omdat het zo’n prachtig gebouw is.
Björn Crul: Wat zouden we hier dan kunnen terugvinden van ATEM?
Koen Notelaers: Dat zal vooral in de valse vloeren en de valse plafonds zijn. Daar zit de bekabeling om de verlichting te sturen. In detail moet ik eerlijk zijn: dat heb ik niet kunnen nakijken. Maar het kunnen bijvoorbeeld ook de rolluiksturingen zijn of de zonneweringen die worden gestuurd. Alles wordt dan bekabeld in zo’n gebouw, typisch in tertiaire gebouwen, met ons type kabel en onze connectoren om een snelle installatie te voorzien. Er zitten redelijk wat kabels van ons in dit gebouw.

[04:31] Belangrijkste trends in de sector
Björn Crul: Als we nu kijken naar de wereld van installatie en bouw, wat zijn volgens jou dan de drie belangrijkste trends op dit moment?
Koen Notelaers: De belangrijkste trends, vooral waar wij mee te maken hebben, zijn in de eerste plaats smart buildings. Dat staat absoluut de laatste vijf à tien jaar meer en meer op de voorgrond. Daarnaast zijn er de laadpalen die overal worden geïnstalleerd. En als laatste evolutie, iets recenter maar minstens even belangrijk, prefab bouwen of modulair bouwen.

[05:04] Wat maakt een smart building slim?
Björn Crul: Laten we die trends nu eens in detail bekijken. De eerste trend is dan die van smart buildings, de evolutie naar slimmere gebouwen. Wat betekent dat eigenlijk concreet? Wat maakt dat een gebouw slimmer is dan vroeger?
Koen Notelaers: Smart buildings is een term die voor veel verschillende situaties wordt gebruikt. Maar eigenlijk kun je dat samenvatten als een manier van bouwen die in de eerste plaats focust op het comfort van de gebruikers. Dat gaat dan over het binnenklimaat, verluchting, verwarming en verlichting. Tegelijkertijd is er ook de focus dat het energievriendelijk is. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan milieuvriendelijkheid, veiligheid en onderhoudsgemak. We spreken dan vooral over de tertiaire sector: kantoorgebouwen, schoolgebouwen, ziekenhuizen en dergelijke.

[06:03] De rol van Wieland in slimme gebouwen
Björn Crul: We krijgen veel meer geconnecteerde systemen. Je hebt er daarnet al naar verwezen: verlichting, zonnewering, HVAC, detectoren die alles meer geautomatiseerd gaan doen. Op welke manier spelen de producten van Wieland daarop in? Wat is jullie rol daarin?
Koen Notelaers: Onze rol is eigenlijk letterlijk vooral verbindend. Misschien figuurlijk ook, hopen we. Een smart building betekent veel automatisatie. Automatisatie betekent veel sturingen, maar ook veel metingen en veel sensoren. Dus dat betekent veel meer bekabeling dan vroeger. Daar spelen wij een rol in doordat wij voorgeconnecteerde kabels hebben. Voor installateurs is zo’n gebouw een enorm complex project. Het vraagt veel meer bekabeling, is veel complexer en tegelijkertijd worden ze geconfronteerd met een moeilijke arbeidsmarkt om geschoold personeel te vinden. Deadlines blijven keihard in de bouw. Zij zitten dus met redelijk wat uitdagingen. Wij kunnen daarbij helpen door alles sneller uit te voeren, maar ook correcter. Een connector aansluiten is veel gemakkelijker dan traditioneel werken met een schroevendraaier en striptang. Dat is een van onze grote toegevoegde waarden. Niet alleen sneller, maar ook correct, zodat er achteraf veel minder problemen moeten worden opgelost. Dat is een kostenpost die vaak vergeten wordt, maar die wel degelijk aanwezig is.

[07:31] Randboxen en installatietijd verkorten
Björn Crul: Ik begrijp dat installateurs naar jullie kijken omdat ze met die technologie en de producten die jullie aanleveren hun projecten op tijd en in zeer uitdagende omstandigheden kunnen opleveren. Betekent dat ook dat jullie een ander aanbod hebben, nog meer afgestemd op wat zij concreet nodig hebben?
Koen Notelaers: Ja, dat klopt. We hebben de laatste jaren veel meer randboxen voorgesteld. Randboxen zijn eigenlijk aansluitkasten of verdeelkasten die wij op maat maken. Vroeger was er al het decentraal installeren, dat sowieso aanwezig was. Dat wil zeggen dat we niet één grote centrale kast hebben in de kelder of in de parking bijvoorbeeld, maar dat er decentraal kasten worden geplaatst zodat er veel minder bekabeling nodig is. Dat is de eerste bedoeling daarvan. Nu gaan wij die randboxen voor de installateurs op maat maken. Daarin zit de automatisatie. Het verschil is dat alle uitgangen door ons bekabeld zijn en via connectoren worden uitgevoerd. Dat betekent opnieuw een enorme tijdswinst. Dat is niet te onderschatten. Het recentste gebouw dat we nu doen, is het hoofdkantoor van Arcelor in Luxemburg. Daar zitten 900 van die kasten in. Dat heeft een enorme impact op de installatietijd, maar ook, zoals ik daarnet zei, op het foutloos installeren. Dat is een enorm voordeel voor een installateur. Dat is een focus die we steeds meer hebben in de markt. We zien ook dat er meer vraag komt naar dit soort oplossingen vanuit onze installateurs.

[09:03] Investeren in slimme gebouwen
Björn Crul: Gebouwen worden slimmer, er komt meer technologie in. Ik kan mij voorstellen dat zo’n gebouw ook duurder wordt dan vroeger. Waar zit de return on investment van al die investeringen?
Koen Notelaers: Duurder sowieso. Enerzijds omdat men moet beantwoorden aan normen en voorwaarden die opgelegd worden door de overheid. Maar de toegevoegde waarde is dat je echt een comfortabeler gebouw hebt, dat het aangenamer is om er te werken en dat er ook veel meer energiebesparing is. Zulke gebouwen verbruiken veel minder dan een gebouw dat pakweg dertig jaar geleden werd neergezet.

[09:38] De groei van laadinfrastructuur
Björn Crul: Koen, laat ons dan eens over de tweede trend spreken die je daarnet aanhaalde, met name de opmars van elektrisch rijden en dus de nood aan laadinfrastructuur. Hoe speelt jullie aanbod daarop in?
Koen Notelaers: Dat is inderdaad een bekende evolutie in de markt. Iedereen weet wel wat elektrische wagens betekenen en dat er laadpalen nodig zijn. Er is ook een hevige strijd tussen alle leveranciers van laadpalen. Wij gaan ons daar eigenlijk niet in mengen. Wij bieden vooral de voeding van die laadpalen aan, of enkel de voeding van die laadpalen.

[10:11] Vlakbandkabel als oplossing
Björn Crul: Wel het cruciale onderdeel natuurlijk.
Koen Notelaers: Ja, en dat werd in het begin wat onderschat. Er lag veel focus op de laadpalen zelf, maar er werd niet altijd even goed nagedacht over hoe die allemaal gevoed moesten worden. Elke laadpaal apart voeden is niet kostenefficiënt. Dat is duur. Daar komt onze vlakbandkabel in beeld. Dat is een kabel die tot 80 ampère kan gaan. Dus niet voor snelladers, maar wij mikken vooral op kantoorgebouwen, winkelcentra en appartementsgebouwen waar voorzieningen voor laadpalen nodig zijn. Het voordeel van die vlakbandkabel is dat je eender waar en eender wanneer een aftakking kunt maken. Dat maakt het zeer eenvoudig te installeren. Ook prijstechnisch is dat een zeer interessante oplossing vergeleken met andere mogelijkheden.

[11:08] Veiligheid bij laadpalen
Björn Crul: Er zit ook een veiligheidssysteem op.
Koen Notelaers: Ja, we hebben ook de mogelijkheid om per aftakking een aparte afzekering te voorzien. Dat is een ingebouwde module waarin we een extra beveiliging kunnen plaatsen. Dat is enkel nodig wanneer de laadpaal zelf niet voldoende voorzien is van de nodige beveiligingen volgens de voorschriften. Ik denk dat we daar een heel mooie oplossing hebben. Het wordt zeer goed geapprecieerd door de installateurs. Omdat het eenvoudig, simpel, betaalbaar en ook nog redelijk esthetisch is, valt dat goed in de smaak, voor zover je over esthetiek kunt praten bij kabels.

[11:51] Doorbraak van elektrisch rijden
Björn Crul: Merken jullie echt dat elektrisch rijden doorbreekt en dat die markt van laadpalen openbreekt?
Koen Notelaers: Absoluut. Dat is enorm gegroeid. In onze specifieke kabels zien we zelfs een vertienvoudiging op enkele jaren tijd. We merken ook ten opzichte van andere landen dat wij daarin verder staan. Dat heeft absoluut te maken met het beleid rond bedrijfswagens en de fiscale stimulansen voor elektrisch rijden. In andere landen zien we daar meer achterstand. Samen met landen zoals Zwitserland lopen we echt voorop, waar dat al veel meer geïntegreerd is.

[12:27] Prefab en modulair bouwen als derde trend
Björn Crul: De derde tendens, Koen, ging over de standaardisering in de bouwsector, waarbij er meer en meer wordt gewerkt met geprefabriceerde modules. Hoe zien jullie die evolutie eigenlijk doorbreken?
Koen Notelaers: Wij verwachten daar enorm veel van. In de media hoor je af en toe iets over betaalbaar wonen als probleem. Maar dat probleem is eigenlijk veel groter dan mensen beseffen. Een van de enige antwoorden daarop is modulair bouwen en prefab bouwen. Wat zit daar eigenlijk achter? Want het is ook weer zo’n vlag die vele ladingen dekt. Maar wat er echt achter zit, is dat er efficiënter gebouwd moet worden. Op die manier kan er ook goedkoper gebouwd worden. Het klassieke verhaal van een bouwgrond kopen, waarna de aannemer met de werfketen en een kraan komt en men wel ziet hoe snel het verloopt, is gewoon niet efficiënt. We moeten rekening houden met het weer. Als het vriest, is dat een probleem. Als het te warm is, is dat een probleem. Als het te koud is, is dat een probleem. Ook de aanvoer van materiaal is moeilijk. Dat is gewoon niet de meest efficiënte manier van bouwen. Daarom wordt er opnieuw nagedacht over hoe we kunnen bouwen. Dat is het modulair bouwen, waarbij in een grote fabriekshal modules worden gemaakt. Het voordeel is dat dit onafhankelijk van het weer gebeurt. Ook de aanvoer van materiaal is veel eenvoudiger en voor de werknemers is het veel comfortabeler. Je kunt gewoon efficiënter bouwen. Die trend zien we echt wel aankomen. Voor ons is dat zeker iets dat eraan zit te komen.

[14:02] Elektrische installaties in prefabbouw
Björn Crul: Bij modulair bouwen en gestandaardiseerd bouwen komen natuurlijk ook technieken en elektrische aansluitingen kijken. Bij klassiek bouwen is dat maatwerk. Dat zijn elektriciens en andere mensen die op de werf alles installeren. Hoe spelen jullie in op die trend van meer modulair bouwen en meer prefab?
Koen Notelaers: Wij doen mee in het verhaal wanneer er echt gestandaardiseerd wordt. Hoe meer elk project verschilt, hoe kleiner onze toegevoegde waarde is. Zijn er repetities in de manier van bouwen, wat typisch is in modulaire bouw, dan gaan we met die mensen in gesprek. We hebben een zeer gebruiksvriendelijke software waarmee heel eenvoudig een elektrische installatie kan worden opgezet. Daaruit rolt een lijst van materialen die nodig zijn. Wij kunnen dan voorzien in de elektrische kast met connectoren. Alles wordt aangesloten. De verlichting kan met connectoren uitgevoerd worden, net als schakelaars en stopcontacten. Zo krijg je een plug-and-play-systeem dat veel sneller werkt en opnieuw foutloos is. Waarom is dat net in dergelijke werkplaatsen zo belangrijk? Omdat het bouwen van houtskeletbouw, waar we meestal over spreken, al sterk geautomatiseerd wordt met robots en dergelijke. De bottleneck zijn de technieken. Dan hoor je vaak: “Zet de installatie even stil, want we zijn nog bezig.” Daar hebben wij een antwoord op. Het gaat dus niet alleen over het sneller installeren van de elektrische installatie, maar over het optimaliseren van het volledige proces. Dat wordt natuurlijk heel interessant.

[15:39] Samenwerking met Niko
Björn Crul: Dat is de trend voor de toekomst, want jullie kijken zelfs nog verder om dat voorgekabelde netwerk nog eenvoudiger te maken. Daar loopt een project samen met Niko. Wat zit er concreet in de pijplijn, Koen?
Koen Notelaers: Niko is zeker ook heel hard gefocust op die prefabmarkt. Zij geloven daar sterk in. Ze hebben stopcontactdozen ontworpen met onze connectoren geïntegreerd. Daardoor wordt het plug-and-playverhaal helemaal compleet. Van de aansluitkast en de elektrische kast tot en met de stopcontacten en schakelaars. Dan hebben we echt een totale oplossing voor dat type klanten.

[16:20] Regelgeving en toegankelijkheid van verbindingen
Björn Crul: Dat is een heel mooie oplossing, maar natuurlijk komt dan ook de AREI-regelgeving om de hoek kijken. Die zegt dat alle verbindingen toegankelijk moeten zijn. Dat vloekt een beetje met dat principe van voorgekabeld, plug-and-play en snel installeren. Wat proberen jullie daar met de sector aan te doen?
Koen Notelaers: Dat klopt zeker. Dat is een beetje een pijnpunt. We begrijpen wel waarom die regel er destijds gekomen is. Met klassieke aansluitdozen was het logisch dat verbindingen toegankelijk bleven. Onze discussie vandaag is dat we zeggen: technisch is er geen enkele reden waarom die verbindingen toegankelijk moeten zijn wanneer wij een T-verbinding of een aftakdoos plaatsen. Alles klikt in elkaar en daar moet eigenlijk nooit meer naar gekeken worden, omdat alles onderhoudsvriendelijk of zelfs onderhoudsvrij is. Daarom zitten we samen met Niko en andere collega’s uit de sector rond de tafel, samen met de FOD Economie, waar het AREI onder valt, en met keuringsorganismen. Gelukkig is daar ook begrip voor. Men begrijpt dat dit vandaag een beperkende maatregel is. De normen rond stekerbare aansluitingen, dus connectoren, geven ook al aan dat er geen nood is aan toegankelijkheid voor dat soort verbindingen. We proberen ons daarmee te aligneren. Dat gebeurt onder begeleiding van Techlink, dat alles in goede banen leidt. We komen stilaan tot een oplossing. We bekijken nu vooral hoe we dat duidelijk en correct kunnen uitschrijven zodat het ook op een goede manier naar de markt gecommuniceerd kan worden.

[17:55] Toekomstvisie voor de installatiesector
Björn Crul: Koen, we moeten stilaan afronden. Misschien nog een laatste vraag. Hoe kijken jullie vanuit ATEM en Wieland naar de toekomst van de installatiesector en wat betekent dat voor jullie?
Koen Notelaers: Voor ons blijft dat een heel boeiende markt. Er zijn enorm veel evoluties. Alles gaat richting meer techniek en meer aansluitingen. Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met een moeilijke arbeidsmarkt, waar geschoolde elektriciens moeilijk te vinden zijn. Wij bieden daar een antwoord op. Daarom zien wij alleen maar meer en meer gebruik van onze kabelsystemen in de toekomst. We zijn heel blij dat we daarin partner kunnen zijn van de grote installateurs.

[18:38] Afsluiting
Björn Crul: Koen Notelaers, dankjewel voor dit gesprek en veel succes voor de toekomst.
Koen Notelaers: Dankjewel.
Björn Crul: Luisteraars, bedankt voor uw aandacht. Als u nog meer nieuws en trends wilt uit de sector, dan verwijs ik u graag door naar onze website installatie-en-bouw.be. Tot de volgende keer!

Heeft u vragen over dit artikel, project of product?

Neem dan rechtstreeks contact op met Atem NV.

Atem NV 3 Contact opnemen

Stel je vraag over dit artikel, project of product?

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Atem NV 4 Telefoonnummer +32 (0)3 8661800 E-mailadres info@atem.be Website atem.be

Gerelateerde video's

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten