[00:06] Brandbeveiliging en de rol van Promat
Vincent Vancaeyzeele: Welkom iedereen, welkom luisteraars. Vandaag zijn we te gast bij Louwers Mediagroep in Oostkamp. En we gaan het hebben in deze podcast over brandbeveiliging. Een superspectaculair onderwerp voor de installateur. Wat gebeurt er als het verkeerd gaat? Je zal vandaag niet enkel naar mij moeten luisteren. Ik heb twee superboeiende gasten bij mij: Bart en Bert, die ons gaan begeleiden doorheen het gesprek. En Bart Tastenoye van Spelsberg. Misschien beginnen met jou, Bert. Stel jezelf voor, wat doe je juist bij Promat en welke oplossingen bieden jullie aan voor de markt?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, dank u. Goedemorgen, Vincent en Bart. Ik ben inderdaad actief bij Etex, het Belgische Etex-bedrijf. Meer bepaald bij Promat. En wij bieden brandtechnische oplossingen aan voor in de bouw. En wij erkennen daar drie segmenten in. Enerzijds de structuurbescherming. En dat is toch wel zeer belangrijk bij een gebouw, dat de structurele capaciteiten behouden blijven, zodanig dat bij eventuele brand de gebruikers van het gebouw zich kunnen verplaatsen en kunnen evacueren. Dus daar bieden we oplossingen in. Tweede segment is de compartimentering. Om bepaalde zones in het gebouw langer brandveilig te maken of te vrijwaren van brand. En doorheen, dat is dan het derde segment, doorheen die compartimenteringsgrenzen kunnen natuurlijk steeds elektra of andere technieken doorlopen. En dan is het natuurlijk zeer belangrijk dat die compartimentering behouden blijft. En ook daar hebben we dan de juiste doorvoeringstechnieken voor.
[02:08] Evolutie in doorvoeringen en brandproeven
Vincent Vancaeyzeele: Waar heb je nu het meeste evolutie gezien de afgelopen jaren?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, ik denk toch wel dat ik mag stellen dat er zich in de doorvoeringen in die compartimentsgrenzen een evolutie voorgedaan heeft. In die zin dat het belang algemeen aanvaard wordt of het belang wordt toch wel ingezien. Voorschrijvers en bouwheren en installateurs. Daarom doen we ook enorm veel brandproeven. Wij hebben onze eigen brandovens, dus wij doen jaarlijks meerdere brandproeven op nieuwe systemen of nieuwe compartimentswanden, nieuwe types van wanden of plafonds en dergelijke. Wij investeren ook in de digitale technieken om tot de juiste oplossing te komen. Evolutie is er geweest de laatste jaren.
[03:12] Functiebehoud van elektrische installaties
Vincent Vancaeyzeele: Superboeiend, bedankt Bert. Bart, wat steken jullie nu allemaal doorheen een gebouw en door die muurdoorvoeren?
Bart Tastenoye: Eerst mij misschien even voorstellen. Bart Tastenoye van Spelsberg Belgium. In mijn carrière al een aantal jaren bezig met vuurvaste installaties of vuurbestendige installaties. Collega hiernaast, maar eerder om ervoor te zorgen dat de technieken die elektrisch worden aangesloten ook een functiebehoud kunnen hebben tijdens de evacuatie, zoals hij daarnet sprak, en dat de mensen buiten geraken, dat er afzuigsystemen, sprinklersystemen, whatever dat nodig is, kunnen blijven werken. Signalisatie ook, uiteraard.
[04:10] Brandveiligheid en evacuatie in tunnels
Vincent Vancaeyzeele: Geef eens aan, kijk, dat is nu een typisch gebouw waar er heel veel aandacht gaat naar brandveiligheid?
Bart Tastenoye: Ja, wij zitten concreet vaak in tunnels. Dat is geen gebouw, maar dat is eerder een installatie waar uiteraard de lengte van de tunnel ertoe doet dat de evacuatie makkelijker of minder makkelijk is. Ook wat er boven de tunnels zich bevindt, maakt dat de vluchtwegen er al dan niet net iets verder uit elkaar liggen en zo. Uiteraard is het belangrijk wanneer er in tunnels brand uitbreekt dat de systemen, de evacuatiesystemen enzovoort, allemaal functioneel blijven en zorgen dat de mensen hun weg vinden naar die uitgangen. Veilig liefst, zonder ook smoke of alle andere chemische stoffen in te ademen. Dus ook al die zaken tellen mee in installaties. En ja, dan is het voor ons vaak denken over verschillende parameters. Niet alleen dat alles moet blijven hangen aan de wanden of aan de plafonds zoals het voorzien is in het evacuatieplan, maar ook dat er qua type product dat je erin steekt geen problemen zitten in de bestanddelen of de chemische opbouw ervan. En drie natuurlijk dat ze functioneel… Maar ook de klemmen waarmee ze verbonden worden en andere, dat die volledig functioneel kunnen blijven gedurende de 90 minuten of het andere aantal minuten dat ervan gevraagd wordt in het lastenboek.
[05:55] Specifieke eisen voor tunnels en hoogbouw
Vincent Vancaeyzeele: Bert, voor jou, ik hoor hier tunnels. Als ik door Brussel rijd, dan kijk ik rond mij, dan zie ik daar van alles aan die plafonds hangen. Hier en daar ook openingen naar de nabijgelegen tunnel. Structureel, die plafonds niet naar beneden komen. Het is in Brussel sowieso al moeilijk om ze niet naar beneden te laten komen zonder brand. Dan kan ik me voorstellen dat als het brandt, dat het wel helemaal uitdagend wordt.
Bert Van Vaerenbergh: Ja, inderdaad. Natuurlijk, laat ons niet vergeten dat een tunnel een specifieke locatie is. Daar gelden speciale eisen. Ook de brandproeven moeten daar volgens specifieke brandnormen uitgevoerd worden, die zich specifiek bezighouden met tunneloplossingen. En dat kan gaan van de bekleding, de esthetische bekleding van de tunnelwanden, tot aan de bescherming van het materiaal dat zich achter die bekleding bevindt. Plafonds, een beetje hetzelfde verhaal, ook daar bieden we oplossingen in. Maar dat gaat dus ook over die doorvoeringen. Doorheen die compartimentsgrenzen bieden we die oplossingen aan. En nieuwbouw. Ik kijk dan vooral naar middelhoogbouw en hoogbouw. Er is eigenlijk geen project voor te stellen waar die problematiek niet aan de orde is.
[07:24] Renovatieproject The Grand in Nieuwpoort
Bert Van Vaerenbergh: Ik denk dan bijvoorbeeld aan het renovatieproject The Grand in Nieuwpoort. Een oud hotel dat terug in ere hersteld wordt. Daar komen uiteindelijk ongeveer 100 kamers in. En daar hebben we oplossingen gegeven voor de structurele bescherming, maar ook voor de compartimentswanden. Bijvoorbeeld de wanden tussen twee appartementen in. Daar zijn bepaalde eisen van kracht. EI60 bijvoorbeeld. Ook akoestiek speelt daar een rol. Maar doorheen die wanden moeten dan doorvoeringen komen, zowel elektra als sanitair. Dat die volgens de juiste richtlijnen uitgevoerd worden. En ja, dit is natuurlijk een groot project. En daar werd er toch al van in het begin aandacht aan geschonken. Dus er was al van in het begin eigenlijk vastgesteld waar die doorvoeringen gingen komen. En welke oplossingen daar gebruikt moesten worden. En intussen is het project in een eindfase. En de installateurs van de technieken zijn volop bezig met het aanbrengen van de juiste doorvoeringen. Een beetje gecoördineerd of opgevolgd door ons.
[08:43] Kennisoverdracht naar installateurs
Vincent Vancaeyzeele: Dus als je kijkt naar de markt van de installateurs, krijgen wij als vakfederatie zeer veel vragen binnen rond wat mag wel, wat mag niet, zowel rond toepassing als materialen die wel of niet kunnen gebruikt worden. Dat kennisniveau binnen die brede installatiemarkt, er is enerzijds het professioneel segment, maar ook de installateur die ook nog aanvullende werken moet uitvoeren. Groeit de kennis, daalt de kennis en wat doen jullie om dat kennisniveau te laten toenemen?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, een belangrijk aandachtspunt is inderdaad de kennis overdragen naar de installatiebedrijven. Voor de grotere projecten is dat relatief eenvoudig, omdat die technieken of die doorvoeringen worden geïnstalleerd door gespecialiseerde technische installatiebedrijven en die hebben ook… Daar merken we dat die doorvoeringen geïnstalleerd worden door de kleinere verwerker, door het team dat de wanden plaatst. Die kunnen ook bepaalde doorvoeringen verzorgen. En zeker daar zijn die opleidingen of die kennisoverdracht zeer belangrijk. Maar daar zetten we ook op in. Het is zo dat we sinds een aantal jaar roadshows organiseren, waar we leren en tonen aan die techniekers hoe die doorvoeringen moeten aangebracht worden. En ook waar welke doorvoeringen moeten geplaatst worden. Maar dat is een inhaalbeweging waar we mee bezig zijn. En ik denk dat we daar toch nu al de resultaten van zien.
[10:33] Waar functiebehoud in de praktijk misloopt
Vincent Vancaeyzeele: Bij jullie, Bart, bij Spelsberg. Twee vragen daarrond. Waar loopt het nu vaak verkeerd? En welk inzicht zou meer aanwezig moeten zijn in de markt om op voorhand te kunnen inschatten: oei, dit doe ik beter wel, dit doe ik beter niet?
Bart Tastenoye: Tegenwoordig zijn er meer en meer gebouwen waar functiebehoud wordt gevraagd, wat ook logisch is. Hoe meer mensen er op korte termijn kunnen geëvacueerd worden op een veilige manier, hoe sneller ze teruggrijpen naar installatie in functiebehoud. Dat betekent dat er dus ook meer werven zijn waar functiebehoud gevraagd wordt. Wat maakt dat zeker in de grotere bedrijven echt wel vaak equipes, projectleiders, et cetera, kennis hebben en kennis meenemen, uiteraard, naar alle volgende projecten in verband met functiebehoud. Dus het wordt sowieso in mijn ogen beter hoe groter het bedrijf is. Aan de andere kant, zoals mijn collega daarnet zei, is het wel zo dat er vaak kleinere bedrijven minder kaas van gegeten hebben. Dat ze echt niet weten hoe we dat moeten aanpakken. Soms zijn ze in de calculatie zelf daar lichtjes over gegaan en hebben ze daar maar weet ik wat op geschreven. En dan komt het naar uitvoering toe, dan komen de vragen.
[12:13] Functiebehoud vooraf meenemen in het ontwerp
Bart Tastenoye: En dan hopen we dat we in een fase komen van het project waar er nog iets kan aangepast worden zonder al te groot ingrijpen. Het komt vaak voor, en dat zijn in mijn ogen de grootste fouten, dat door de start van de installatie al op een bepaald punt, waar misschien zelfs geen of minder moet gekeken worden naar functiebehoud, daar geen rekening wordt gehouden met de gedeeltes waar wel moet rekening worden gehouden met functiebehoud. Wat maakt dat het niet altijd makkelijk is om het daar dan in die ruimtes nog recht te trekken. Het gaat dan vooral over bekabeling. Het gaat over de ophangingen van bekabeling. De doorvoeren in de muren en zo verder, daar heb ik minder rechtstreeks mee te zien. Maar als je een traject van een kabel volgt en die moet volledig functiebehoud hebben, dan moet die eigenlijk over het hele gedeelte functioneel zijn en blijven, ook in vuur.
Bart Tastenoye: Voor mij is het voor de kleinere installateur: zou ik een tip willen geven. Op het ogenblik dat je in een installatie staat, je kent de omgeving, je bent daar gaan kijken van: hoe gaan we hier dat project uitvoeren? Wel, dan moet je eigenlijk datzelfde even door een bril kijken van: hoe is dat hier als het brandt? Aan de muur hangen natuurlijk, maar die je er dan bij denkt, dan moet je gaan kijken wat dat doet met de zaken die wij hier ophangen of monteren enzovoort.
[13:54] Gedrag van materialen bij brand
Bart Tastenoye: Is daar metaal bij, dan weet je dat kabels, zowel als de ophangingen van de draagstructuren, opwarmen en dus zachter worden. Wat maakt dat die gaan hangen. Dan gaan die in kilo’s naar beneden. Dat betekent dat daar rekening mee gehouden moet worden. En dat kan je beter doen in de voorbereiding dan wanneer je daar achteraf nog moet gaan aanpassen. Omdat je bent vergeten dat er nog misschien twee andere technieken boven hangen, die op dat ogenblik misschien niet vuurvast geïnstalleerd zijn. En achteraf nog eens extra kilo’s erbovenop gooien bij het hangen of bij het vallen van jouw technieken. Want dan heb je uiteraard geen functiebehoud meer.
Bart Tastenoye: Wanneer je je verplaatst in een situatie, wanneer je effectief die brand hebt, zie je wat er gebeurt met plastics bijvoorbeeld, kabeldoosjes, kabelverbindingsdoosjes, die wij bij Spelsberg maken. Wel, eigenlijk is daar een hele structuur aan die in metaal is. En daar is een reden voor, want die plastic is na enkele minuten brand al weg. Met plastic rond, maar moet je dat gewoon bekijken: wat blijft er over? Wel, dat zijn de metalen draagstukken en dat zijn dan de klemmen die erin zitten. En die moeten zo opgevat worden of opgesteld worden dat wanneer het effectief brandt, die juist hangen voor hun kilo’s, voor hun gewicht, dat dan op dat ogenblik echte trekkracht naar beneden gaat vormen, om zo weinig mogelijk een rol te laten spelen in de negatieve zin.
[15:46] Risicoanalyse en de Promat Selector
Vincent Vancaeyzeele: Een situatie beoordelen? Hoe moet ik een risicoanalyse uitvoeren? Bert, als jij naar de werf gaat, wat zijn nu de dingen waar jij dan het eerste op let?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, eerst en vooral moeten we weten wat de brandeisen zijn. Meestal moet dat in het lastenboek beschreven zijn. Welke plaats, welke eisen gelden? En dan kunnen we zoeken naar oplossingen. En dat is natuurlijk de eerste stap om tot de juiste oplossing te komen. Bijvoorbeeld onze Promat Selector. Dat is een digitale tool die zich op onze website bevindt en de installateur of voorschrijver kan eigenlijk via die tool… Hij moet een aantal parameters ingeven om tot de juiste oplossing te komen. En dat systeem, daar heeft hij dan de plaatsingsrichtlijnen van gekregen. Kan hij dan dat toepassen op die desbetreffende situatie? Wij kunnen daar een bepaalde richting aan geven of een bepaald idee geven over die plaatsingswijze, maar het is uiteindelijk de opdrachtgever of de architect of het controlebureau dat zich moet uitspreken over de correcte toepassing in die situatie.
[17:09] Wie draagt welke verantwoordelijkheid?
Vincent Vancaeyzeele: Ik hoor de selector en je kan daar bepaalde keuzes in maken. Wie had dit nu moeten doen? Was het de architect die met de bouwheer in gesprek gaat van wat jullie willen bereiken met dat gebouw? Was het dan degene die het lastenboek opstelt? Was het het studiebureau dat het concept moet uitwerken? Is het de installateur die een invulling moet geven aan dat lastenboek? Soms is het onduidelijk wie nu net moet vastleggen wat er waar moet komen. Om een gedegen keuze te maken wat er uiteindelijk in het gebouw moet komen.
Bert Van Vaerenbergh: Ja, bij grotere projecten is dat in de meeste gevallen wel gedefinieerd door de architect. Op plan staat weergegeven waar welke doorvoer moet komen. En dan moeten daar de juiste technieken voor toegepast worden, de juiste doorvoeringssystemen, om in geval van brand op de juiste manier zich te dichten. Het juiste systeem, dat is natuurlijk bij de installateur. Op de markt zijn er meerdere geteste systemen en de installateur moet dan het juiste systeem gaan definiëren, bepalen en toepassen. Kleinere projecten waar er niet altijd een architect bij betrokken is, dan is het natuurlijk de verantwoordelijkheid van de eigenaar of zelfs de uitvoerder om, indien een leiding doorgaat, ervoor te zorgen dat de juiste dichting aangebracht wordt. Dus het hangt een beetje af van de grootte van het gebouw, maar ik denk dat toch meerdere partijen in het bouwproces hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
[19:05] Verschil tussen plan en uitvoering
Vincent Vancaeyzeele: Ik ga even opnieuw reageren, inderdaad, Bart. Ik wil nog kort toevoegen: ja, op plan staat alles mooi, en in realiteit is er dan toch die buis die net daar moest komen, die de muurdoorvoer onmogelijk maakt of beknijpt. Hoe ga je daar nu mee om?
Bart Tastenoye: Wel, eigenlijk zijn het sowieso alle partijen die we daarnet gehoord hebben die daar moeten overgaan. Ook de bouwheer trouwens. De bouwheer gaat sowieso met de architecten samenzitten om een veiligheidsclassificatie aan delen van het gebouw te geven. Gedurende x tijd begaanbaar blijven of zo rap mogelijk geëvacueerd kunnen worden. Dus op dat ogenblik kom je tot bepaalde stukken van het gebouw waar dat functiebehoud en de compartimentering uiteraard ook, want daar is op dat ogenblik best geen vuur natuurlijk wanneer de mensen dat moeten passeren.
[20:21] Wanden, plafonds en draagstructuren vooraf dimensioneren
Bart Tastenoye: Hoe moeten gaan beschermen. Dus daar moeten… Het gaat soms over dikkere wanden. Dat betekent ook dat je inderdaad met die kabeldoorvoering ook helemaal anders moet werken. Het gaat soms ook over hoogtes van plafonds, omdat daar nog technieken moeten ingeplaatst worden, maar ook omdat de kabeldraagsystemen gewoon steviger moeten zitten. Dat gaat over het type plafond dat daar ter beschikking is om die draagstructuren die zwaarder zijn… In de meeste gevallen moeten die oversized voorzien worden om zo weinig mogelijk te gaan hangen bij vuur, zoals ik daarstraks al zei met dat metaal. Dat betekent dat al die factoren eigenlijk best van voordat het plan getekend was al mee in rekening gebracht worden.
[21:10] Wijzigende regelgeving en technische haalbaarheid
Bart Tastenoye: Ik herinner mij een gebouw bij de overgang van een oude wetgeving naar een nieuwere wetgeving, die ineens andere eisen stelde. Dat was een ziekenhuis op dat ogenblik. En daar heeft een installateur heel veel moeite gehad, want het studiebureau eiste niet eens dat de nieuwe reglementering gevolgd werd. Terwijl de oude reglementering, diegene waarop de plannen gemaakt waren, terwijl de architect alles getekend had. En die hoogtes in sommige delen van het gebouw, dat betekent dat die op andere manieren moesten zorgen dat er functiebehoud was. En dat was niet zo evident, want dan ga je eigenlijk oplossingen zoeken die niet ideaal zijn, waar je altijd een soort gulden middenweg tussen: is het veilig of veilig genoeg en is het technisch haalbaar, moet gaan zoeken.
[22:22] Voorschriften moeten ook uitvoerbaar zijn
Bart Tastenoye: Bijna niet uitvoerbaar. Het is niet omdat een studiebureau voorschrijft dat je bepaalde manieren van installeren of bepaalde types kabels, ik zeg maar iets, 70 kwadraat kabel in vuurvast. Dat bestaat allemaal, daar gaat het niet over, maar je moet ze kunnen verbinden met iets. Kabel daarvoor, maar zijn er ook klemmen die dat kunnen? Indien nee, zijn die er niet, dan is er geen aftakdoos ook niet voor zoveel kwadraat kabel te gaan verbinden. Dat zijn kleine details, maar de installateur op het ogenblik dat hij dat moet interpreteren en effectief naar uitvoering brengen, zit er wel mee. En ook de meerkosten die ze dan vaak gaan doen, want stel met mijn voorbeeld van die 70-kabel die ze dan moeten gaan verbinden. Een reguliere aftakdoos gaan nemen voor zoveel kwadraat en die dan omgeven met bepaalde stoffen. Maar dan zit die helemaal ingekapseld. Dat betekent dat er achteraf nog iets moet aan gedaan worden. Tough luck. Dan moeten we het allemaal terug afbreken en terug opbouwen. Wat ook weer heel veel geld kost. Dus beter vroeg in het plan over alles nadenken dan te laat in het plan oplossingen zoeken.
[23:53] Brandveiligheid bij renovaties met beperkte ruimte
Vincent Vancaeyzeele: Renovatieprojecten bijvoorbeeld, daar zie je toch: oei, wat gaan we hier doen? Appartementsgebouwen waar er een gemeenschappelijke technische koker is, dan moet voor de gasketels de CLV aangepast worden. Begin er maar aan. Er is 15 jaar historiek bijgekomen, dus de ruimte is zeer beperkt geworden. Hoe ondersteunen jullie daarin, Bert, om daarmee om te gaan?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, wij krijgen dagelijks… Dat is eigenlijk een deel van onze taak. En in vele gevallen is ons advies gebaseerd op uitgevoerde brandtests, waar er een officieel classificatierapport van is. Maar in vele situaties moeten we meerdere brandtests gaan combineren, interpreteren, om tot een advies te komen. En in sommige gevallen is het dan aan de bouwheer of de uitvoerder of de architect om daar een akkoord over te geven. Gaat niet altijd samen. Vooral in die renovatieprojecten, waar, zoals u net zei, de ruimte beperkt is. Ja, dan moet er soms toch tot een compromis gekomen worden, waarbij dan de brandweer bijvoorbeeld of Buildwise ook advies geven om tot een praktisch uitvoerbare oplossing te komen.
[25:15] Controle, oplevering en documentatie
Vincent Vancaeyzeele: Ja, de mensen van Buildwise worden zeer veel… die toch een belangrijke rol heeft naar verzekering toe, naar oplevering toe en uiteindelijk naar de veiligheid. Nu, ik hoor daar vaak van: wij komen in situaties terecht waar we twee vaststellingen doen. Je kan maar beoordelen wat je ziet. Eén. Twee, die gebouwen in het begin zijn leeg, nu staan die vol. Haalbaarheid, het halen van de theoretische veiligheid of de theoretische voorschriften? Hoe staan jullie daarin?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, het is natuurlijk zo dat een gebouw opgeleverd wordt en pas dan kan er verhuisd worden of kunnen de mensen of de gebruikers hun intrede doen in het gebouw. Dus dat is natuurlijk een kantelmoment: het goedkeuren van hetgeen er geïnstalleerd is. En in grotere projecten gebeurt die controle door een controlebureau, een officieel aangesteld orgaan dat de goedkeuring moet geven over hetgeen geïnstalleerd is. Kleinere projecten, in die situaties zijn er meestal geen controlebureaus aangesteld, dan is het aan de aannemer om aan te tonen dat hij de installatie uitgevoerd heeft zoals ze getest is. Bijvoorbeeld van Promat. Wij voeren onze eigen brandtests uit, officiële brandtests, waar je dus een classificatierapport met daarin de plaatsingswijze kunt weervinden. En het is aan de installateur om aan te tonen dat hij enerzijds het classificatierapport gevolgd heeft, maar hij kan ook aan de hand van foto’s aantonen dat dat effectief zo uitgevoerd is. Wat er achter een afgewerkte wand of beplating zich bevindt. Dus dat is natuurlijk een beetje de ervaring die moet spreken van die installatiebedrijven om zich te documenteren om nadien geen discussies te hebben.
[27:41] Regelgeving tegenover de praktijk
Vincent Vancaeyzeele: Alles komt uiteindelijk neer op: wat zijn de regels, wat zijn de technische voorschriften, wat zijn de normen die gehanteerd worden? Waar jullie zeggen: hier loopt de regelgeving voor of achter op de praktijk?
Bart Tastenoye: De regelgeving aan zich vind ik correct op dit ogenblik. En ik heb niet de indruk dat ze strenger en strenger en strenger willen worden om het strenger en strenger te maken. Ik heb ook niet de indruk dat ze afwijken van de technische haalbaarheid. Ze passen niet altijd bij elkaar en daar is soms een discrepantie.
Vincent Vancaeyzeele: Heb je daar een voorbeeld van?
Bart Tastenoye: Zoals ik al eerder zei, een gebouw waar aan de ene kant een hoge classificatie is van functiebehoud en aan de andere kant, of een gedeelte ervan, minder van toepassing is. Ik noem een magazijn bijvoorbeeld. Zolang als de poort open is, kunnen de mensen met z’n allen zeer snel buiten zijn. Dat gaat minder rap. Daar zitten ook sprinklersystemen in op de bovenkant, voor alles in één keer te gaan blussen. Nu, als je dan kijkt naar gangen van ziekenhuizen bijvoorbeeld, ja, daar zijn de mensen niet mobiel, dus die moeten van de vierde verdieping of van de vijfde verdieping ook snel naar beneden kunnen, et cetera.
[29:27] Lastenboek, keurder en samenwerking
Bart Tastenoye: En dan vind ik dat in het algemene lastenboek een beetje meer moet gekeken worden naar wat in de praktijk logisch is ten opzichte van: we gaan het hier allemaal zo doen. Of we gaan het hier allemaal opleggen dat het minimaal dat moet hebben van classificatie en van uitvoering. Want dan wordt een gebouw één, duur, twee, dan gaat een installateur zich ook afvragen: maar waarom in godsnaam moeten we dat zo doen? En daar is de samenwerking, vind ik, tussen installatiebedrijf en de keurder, als het dan een specifieke keurder is die die zaken moet gaan controleren, van groot belang. Want ik vind dat die eigenlijk in de praktijk meer zouden moeten samenwerken, wat nu minder gebeurt. Ik heb niet de indruk dat er heel veel installateurs zijn die graag naar die mensen bellen terwijl dat zij zelf aan het installeren zijn. Geschreven heeft als niet juist. Dat is in mijn ogen niet de correcte weg.
Bart Tastenoye: Als je met zo’n persoon die eigenlijk in principe goed op de hoogte is, dan kun je zelf in het stadium van de calculatie al gaan voorzien dat je bijvoorbeeld een ander traject neemt met je kabel om een bepaalde zone te gaan ontwijken met kabel en ervoor te zorgen dat er geen conflicten zouden kunnen zich voordoen, eerder dan achteraf dat conflict te moeten gaan oplossen door een kabel bij te trekken of hem helemaal anders te leggen. En dat zijn details, maar dat zijn soms geen details. Want als we spreken over een paar kilometer kabel, dan ga je dat toch voelen in de reparatiekost als de controleur op bezoek geweest is en zij het moeten verhelpen achteraf.
[31:29] Regelgeving, brandweer en specialisatie
Vincent Vancaeyzeele: Bert, zie je dat zij daarvoor openstaan om voorafgaandelijk aan de keuring al bepaalde uitspraken te doen of zelfs hier en daar een aanbeveling te formuleren?
Bert Van Vaerenbergh: In onze markt is er niet altijd sprake van een controlebureau of goedkeuringsorganisme. Maar ik denk wel dat we in België mogen spreken van een gedegen regelgeving. Regels moeten gevolgd worden. Het is natuurlijk niet zo evident voor een kleine installateur om het KB uit te pluizen en de juiste interpretatie te geven aan die regelgeving. Maar het is ook zo dat de brandweer, en dat is dan ook in elke situatie, bij de vergunning bepaalde eisen oplegt. En de brandweer of de preventieadviseurs bij de brandweer zijn ook wel gemakkelijker toegankelijk om advies te bekomen voor de praktische uitvoering. En installateurs, die moeten zich natuurlijk toeleggen op die problematiek. Dus specialisatie is denk ik toch wel key in deze.
Bert Van Vaerenbergh: Maar dat is ook onze taak een beetje als leverancier, als tester en ontwikkelaar van brandveilige systemen, om dan die installateurs bij te staan om tot de juiste oplossing en tot de juiste plaatsing te komen. Natuurlijk, en dan vooral voor grotere projecten, iets complexere projecten. Het is aan het architectenbureau en het ingenieursbureau technieken om tot die bepalingen te komen waar welke doorvoering, welke technieken moeten komen. En dan is het een beetje een samenwerking tussen verschillende partijen om tot de juiste toepassing te komen. En documenteren op voorhand om tot het juiste systeem te komen. Want dan merken we dikwijls in oudere gebouwen waar we op verzoek van de bouwheer een rondgang moeten doen om eens te kijken of dat toch wel volgens de regels van de kunst uitgevoerd is, merken we toch wel regelmatig zaken die echt niet door de beugel kunnen. Om indien nodig te herbeginnen. Dat gebeurt meer dan eens natuurlijk.
[34:05] Nieuwe technieken en de rol van de brandweer
Vincent Vancaeyzeele: De brandweer werd vermeld. De feedback die wij krijgen binnen de vakfederatie: bestaande technieken, daar zijn de regels duidelijk. Als we kijken naar de nieuwe technieken, bijvoorbeeld laadinfrastructuur, ondergrondse parkeergarages. Vanuit de Amerikaanse markt opmerkingen over de impact van zonnepanelen. Dan zien we toch dat ook zij soms zoekende zijn wat we moeten doen. Er zijn grote brandweerzones, er zijn kleine brandweerzones. De meningen verschillen. Je kan niet overal elke twee meter sprinklers gaan plaatsen. Daar zijn soms ook watervoorzieningen of buffervoorschriften die onmogelijk uit te voeren zijn in grote steden. Wat zien jullie bij de brandweer? Gaat dat goed? Kunnen zij ook ondersteunen?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, inderdaad. De brandweer geeft een advies. Maar in principe is het advies van de brandweer gebaseerd op de regelgeving, op het KB. Dus een brandweer mag eigenlijk niet zomaar willekeurig eisen opleggen. Hij kan wel een suggestie doen naar bijvoorbeeld sprinklerinstallaties in ondergrondse parkeergarages. Maar dat moet eigenlijk een gefundeerde advisering zijn op het KB. En ja, daar is dikwijls een beetje onduidelijkheid over. Wat er echt nodig is. Tegenwoordig met de elektrische wagens, de laadinfrastructuur. Maar ik dacht dat ook daar de regelgeving duidelijk geworden is. Maar bon, dat zal de komende jaren meer en meer naar voren komen natuurlijk: die exacte bepalingen.
[35:56] Innovaties in branddetectie en blussystemen
Vincent Vancaeyzeele: Ja, misschien nog eens praten over innovaties. Systemen die de markt toetreden, bijvoorbeeld branddetectie, niet met een thermische detector, maar effectief met een camerasysteem dat rook waarneemt en brand waarneemt. Hoe kijken jullie daarnaartoe? Welke mogelijkheden bieden zo’n systemen en zetten jullie daar ook op in of niet?
Bart Tastenoye: Uiteraard, alles wat aan technieken is, heeft aansluitingen nodig. Wij zitten in de aftakdoosjes en de sturingskasten enzovoort. Overal zullen die gebruikt worden waar technieken bij komen. Er worden inderdaad allerlei technieken om brand tegen te gaan en ook om brand achteraf in te perken in gebouwen, zodat de veiligheid kan verhoogd worden. Die komen zeker en vast uit. Tegenwoordig zelfs drones, blusdrones die zouden kunnen ingezet worden, die ze aan het testen zijn. Dus dat zijn zo van die dingen dat ik denk: hoe kom je erop? Maar bon, ze zijn er allemaal mee bezig. Dat is perfect, dat is goed, want dat betekent ook dat heel moeilijk bereikbare plaatsen in principe vrij snel kunnen bereikt worden. Ook die blussystemen, want we hebben over sprinklers al gesproken, maar dat zijn CO2-systemen, schuimsystemen, noem maar op, afhankelijk van wat de inhoud is van het gebouw. Ja, die voorzieningen moeten allemaal er zijn, die moeten allemaal op de juiste manier worden geïnstalleerd, die moeten functioneel zijn, die moeten regelmatig getest worden.
[37:40] Datacenters, AI en automatische branddetectie
Bart Tastenoye: Wij zitten tegenwoordig heel veel in datacenterinstallaties. Daar is dat een heel andere zaak. Daar gaat het niet altijd over mensenlevens redden. Daar gaat het vooral over data redden. Zo weinig mogelijk servers laten of nat maken op het ogenblik dat er brand is en er zou het vuur moeten gedoofd worden. AI zal die detectie ook veel sneller kunnen gaan. Zal het doorgeven of het structureel aanpakken automatisch vanuit een systeem in de toekomst ook volgens mij nog sneller gaan? Dat is niet wachten op iemand en een go om iets te doen. Nee, daar ga je op iets langere termijn niemand meer moeten over gaan. Dan gaat dat eigenlijk een soort zelfgeleidend systeem worden dat een aantal zaken in werking stelt vanaf dat er detectie is van iets.
Bart Tastenoye: Die gaat er dan op een gegeven moment bij komen. En zij zijn in principe nog altijd voor mij de grote experten als het over brand gaat. Dus het KB volgen is een must. Voor extra veiligheden zorgen, afhankelijk van wat je in dat gebouw steekt, is voor mij ook een must. En dan het nooit, nooit in mijn ogen beperkt houden van de voorzieningen als het over veiligheid van personen gaat.
[39:04] Compartimentering en renovatie van bestaande gebouwen
Bart Tastenoye: Veiligheid van je data gaat in datacenters, maar als het over het uitbreiden van brand kan gaan in zones waar veel gebouwen naast elkaar staan, want jouw gebouw is dan misschien goed aangepast, maar dat ernaast gaat misschien in lichterlaaie als er een kleine vlam overslaat, want dat weet je niet altijd. Dat betekent ook dat je daar met die compartimentering alles kan binnenhouden als er dan toch iets gebeurt. Bij ieder nieuw gebouw en iedere renovatie van een oud gebouw. En dat hebben we gezien in verschillende rampen die er gebeurd zijn. Onder andere in Londen, maar noem maar op. Er zijn er genoeg. Al die gebouwen, dat moet herbekeken worden bij renovatie op z’n minst. We moeten er niet van uitgaan dat een renovatie enkel en alleen een renovatie moet zijn om het mooier te laten ogen. Maatregelen moeten gewoon verhoogd worden in ieder gebouw dat er gerenoveerd wordt.
[40:09] Brandveiligheid van het bestaande gebouwenpatrimonium
Vincent Vancaeyzeele: Er zijn inderdaad zeer veel gebouwen die aangepast zijn, zeker naar energieprestaties toe. In de jaren 90 en 2000, waar we toch gezien hebben dat daar soms problemen kunnen optreden naar brandveiligheid. Bert, wat is uw algemeen advies naar dat gebouwenpatrimonium dat er nu staat, dat soms moet aangepakt worden? Qua kost, qua uitvoering. De mensen moeten akkoord zijn. Maar het moet ook veilig zijn. Hoe ga je daarmee om als je eigenaar bent van een gebouw of je bent een lokale bestuurder die de veiligheid van je inwoners moet garanderen?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, ik denk dat dit wel een aandachtspunt is in België. In andere landen waarschijnlijk ook. We zitten met een enorme aanwezigheid van oudere gebouwen, niet zozeer woningen, maar appartementen. Of zie maar aan de kust bijvoorbeeld. Het zijn allemaal blokken van de jaren 70, 80. De regelgeving toen was helemaal anders dan de huidige regelgeving. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de ventilatieschachten, de technische schachten in het algemeen. Waar er toch wel een risico is naar vlamverspreiding, brandverspreiding overheen de horizontale compartimentsgrenzen.
[41:36] Oudere gebouwen aanpassen aan de huidige eisen
Bert Van Vaerenbergh: Controles gebeuren om die gebouwen volgens de huidige regelgeving in orde te krijgen. Dus meestal komt dat pas aan bod wanneer er zich een klein probleem voordoet. Dan zal er geëist worden dat het gebouw volledig volgens de nieuwere regelgeving in orde gezet wordt. Maar ja, daar is heel wat werk aan de winkel en dat vergt een studie eigenlijk. Bedrijven aan beginnen, daar is een gedegen studie voor nodig. Gespecialiseerde burelen moeten dat bestuderen en samen met producenten of aanbieders van systemen om tot een oplossing te komen. Maar dat is toch wel een aandachtspuntje. Nu, de moderne technieken, de digitalisering en zo verder zal daar zeker bij kunnen helpen.
[42:37] Nieuwe bouwsystemen en nieuwe brandtests
Bert Van Vaerenbergh: Bezig met actieve brandbescherming. Wij concentreren ons in oplossingen in de passieve brandbescherming. Maar wij zien vooral een evolutie naar andere bouwsystemen. Ik denk dan aan CLT, houtskelet. En gezien dat het andere materialen zijn, vergen die nieuwe brandtests. Want doorheen die materialen moeten dezelfde elektraleidingen en andere technieken doorgaan. Proces om tot oplossingen te komen. En daar zetten wij vooral op in.
[43:11] BIM en digitalisering op de werf
Vincent Vancaeyzeele: Ik hoor je praten over digitalisering. Ook wij als federatie zetten sterk in op BIM. Als een belangrijke tool om de communicatie te stroomlijnen, daar gaat het toch hoofdzakelijk om. Ook om te anticiperen op kleine problemen die je dan ter plaatse tegenkomt. Zoals je zegt, we maken foto’s, die moeten wel gekoppeld worden aan een locatie, gemakkelijk benaderbaar zijn. Kan helpen, maar ik zie het nauwelijks in lastenboeken. Hoe komt dat? Hoe komt dat iedereen digitaliseert, maar dat geen enkel lastenboek het ook voorschrijft?
Bert Van Vaerenbergh: Ja, dat klopt. In België is dat geen noodzaak of geen verplichting. In de buurlanden is dat dikwijls wel het geval, maar toch zien we een tendens, een verschuiving naar die digitalisering. Orange Button, een systeem waarbij de installateur en de architect en de algemeen aannemer door middel van BIM-plannen, ontwerpplannen, gemakkelijk kan zien, zelfs op de werf, op de iPad bijvoorbeeld, waar welke doorvoer moet komen. Hij kan direct aanduiden welk type doorvoer hij daar op die positie geplaatst heeft. Te koppelen zijn aan elkaar. En op die manier is dat eigenlijk minder kans op fouten. En daar gaat het uiteindelijk om, ook controleerbaar. En dus we zien toch al een tendens bij de grotere technische installatiebedrijven, het gebruik of de interesse naar die hulpmiddelen.
[44:59] BIM bij fabrikanten en installateurs
Vincent Vancaeyzeele: Ik zie jou knikken, Bart. Zie jij dat ook?
Bart Tastenoye: Ja, wij zien dat ook. Fabrikanten, wij ook, al onze producten zoveel mogelijk al ter beschikking zetten om digitaal te gebruiken, om te gebruiken in BIM. Dat betekent dat het plan dat eruit gaat kunnen gefilterd worden en opgemaakt wordt, zo compleet mogelijk kan gemaakt worden, meer en meer. Door het feit dat er in onze buurlanden meer daarmee gewerkt wordt, zijn er ook al veel meer merken die het ook allemaal ter beschikking hebben, wat goed is. En daarbovenop, meer en meer, vooral de grote installateurs, zien wel dat het een voordeel heeft als je de BIM-uitvoering gaat volgen. Ja, dan ga je, zoals mijn collega zegt, veel minder fouten maken in de eerste fase. Wat maakt dat je daar, zoals ik daarstraks zei, minder gaat moeten oplossen achteraf. En het zijn die fouten oplossen achteraf die, één, technisch moeilijker zijn. Twee, waarschijnlijk ook geld kosten. Is nu net ook een van de zwakke punten van onze sector.
Bart Tastenoye: Dus die drie punten maken dat grotere bedrijven eigenlijk voor een grotere zekerheid kunnen gaan zorgen door met BIM te gaan werken van in het begin. Dat gaat misschien iets meer voorgaand werk vergen van hen en uren, maar aan de andere kant, de keer dat we naar uitvoering gaan, gaat het zoveel makkelijker zijn, gaan er ook zoveel minder fouten gemaakt worden, et cetera.
[46:37] Advies vragen om fouten te voorkomen
Vincent Vancaeyzeele: Welke tip wil jij nog meegeven aan de luisteraars? Wat kan er nog op de werf gebeuren om dingen beter, sneller, efficiënter te laten verlopen?
Bert Van Vaerenbergh: Inderdaad, om fouten te vermijden, tip aan de installateurs: contacteer ons voor de doorvoeringen, maar ook voor de compartimentswanden. Waar er brandeisen zijn, kunnen wij steeds adviseren om tot de oplossing te komen. Dus wij kunnen eigenlijk met raad en daad bijstaan om problemen te vermijden.
[47:09] Samenwerking tussen verschillende installateurs
Vincent Vancaeyzeele: Al een boeiend gesprek gehad. Ik heb veel vragen gesteld. Zijn er nog dingen die jullie zelf aan bod willen laten komen? Waarvan je zegt: Vincent, deze ben je nog vergeten.
Bart Tastenoye: Ja, ik ga daar misschien als eerste op inpikken. De samenwerking over de verschillende systeeminstallateurs is soms een parameter, vooral in grotere installaties, die in mijn ogen beter kan. Als we meer en meer met BIM zouden werken, want dan moet iedereen zijn plannen of zijn stukken installatie ook verwerken in datzelfde plan. Maar we zien wel dat sommige installateurs van technieken, soms zijn het de elektrische installateurs, soms zijn het dan de installateurs die, zoals u daarnet zei, de zonnepanelen gaan installeren. Dat is misschien nog een andere installateur. Of niet altijd gecoördineerd vanuit één firma. Wat maakt dat sommigen bij bijvoorbeeld een brandveilige opstelling met kabeldraagsystemen en een voorgerekend aantal kabels qua kilo’s daarin, die zeggen gewoon: ah, kijk, hier is een kabelgoot.
[48:29] Bijkomende bekabeling en draagvermogen
Bart Tastenoye: Ik moet daar nog iets bij hangen van de, ik zeg maar iets, 15 camera’s of whatever. Ja, dat zijn nu net de dingen die achteraf, want uiteraard wordt alles berekend op voorhand wat erin moet en niet moet. Als dat beter zou gecoördineerd worden in een eerder stadium tussen alle verschillende firma’s die daar iets moeten gaan installeren, ja, dan zou die kabelgoot perfect kunnen uitgevoerd worden in een zwaardere vorm, waardoor die wel kan verdragen dat daar bijkomende kabels ingelegd worden. Is dat niet zo erg. Maar als we spreken over een x-aantal bijkomende bekabeling, ja, dat zijn kilo’s per meter die worden gerekend. Die draagstructuren zijn er misschien gewoon niet meer op aangepast. En dan denk je dat je een functiebehoudinstallatie hebt, maar je hebt ze in wezen eigenlijk niet, of met een kleine limiet naar zekerheid toe. Mijn voorstel is inderdaad dat installatiebedrijven van technieken beter met elkaar zouden moeten aftoetsen. Aftoetsen welke kabels nog moeten komen, om elkaar niet in de weg te staan, kabels, maar ook eventueel goten enzovoort, zodat ze achteraf ook niet de installatie al om zeep helpen voordat ze geopend is.
[49:58] Coördinatie binnen bouwteams
Vincent Vancaeyzeele: Ja, dat zal een grote uitdaging worden. Ik weet dat er meer en meer gewerkt wordt met bouwteams. Uiteraard heb ik ook begrip voor de installateur. Zonnepanelen op een dak, dat is een dakwerker en een elektrotechnieker die dat doen. Als we het hebben over ventilatie, dat is een heel ander métier. Als we het hebben over verwarming, nog eens een ander métier. Op een ander moment van het bouwproces trouwens. Dus de uitdaging die je daar beschrijft is mij zeer goed bekend, is gigantisch en zal niet onmiddellijk opgelost worden. Daar moet ik wel misschien een stukje ontnuchtering bij brengen. Maar we weten waar we naartoe moeten werken. Bert, ook voor jou, ik weet niet.
[50:42] Specialisatie en de juiste partner kiezen
Bert Van Vaerenbergh: Het bouwen tegenwoordig wordt intensiever en moeilijker. De regelgeving verandert, de gebruikte bouwtechnieken veranderen, de eisen zijn anders, er zijn nieuwe systemen. Dus het is als installateur moeilijk om bij te blijven in al die nichemarkten en bij al die systemen. Daarom een tip: kies de juiste partner. Kies een partner die op de hoogte is van de Belgische wetgeving. Met de juiste raad en oplossingen. En specialiseer die ook in een bepaalde markt of bepaalde markten. En op die manier ga je toch al vele problemen ondervangen.
[51:28] Afsluiting
Vincent Vancaeyzeele: Kies de juiste partner. Ik denk dat dat iets is dat zowel in het professioneel leven als in het privéleven toepasbaar is. Zo geven we nog een laatste tip mee aan alle luisteraars die nu op weg zijn. Ik kan jullie enkel hartelijk bedanken, Bart, Bert, voor dit ongelooflijk boeiend gesprek. Zeker nog een onderwerp dat zeer veel aan bod zal komen en waar iedereen vroeg of laat mee in aanraking zal komen. Hartelijk dank.
Bert Van Vaerenbergh: Dank u wel. Dank u voor de kans. Dank u. Bedankt.





