Hét kennisplatform voor slimme & duurzame installatietechniek

Hybride AC/DC-architecturen bieden antwoord op netcongestie en elektrificatie

Netcongestie, elektrificatie en stijgende energiekosten dwingen bedrijven om anders naar hun energiehuishouding te kijken. Hybride AC/DC-architecturen kunnen daarbij helpen door lokale productie, batterijopslag en verbruik slimmer met elkaar te verbinden. Yannick Van den Broeck van Voka en Koen Rowies van Schneider Electric leggen uit hoe bedrijven en installateurs meer flexibiliteit kunnen creëren, energie efficiënter kunnen inzetten en zich voorbereiden op een energiesysteem waarin netcapaciteit niet langer vanzelfsprekend is.

Sprekers:

  • Yannick Van den Broeck, Expert Energie en Klimaat bij Voka
  • Koen Rowies van Schneider Electric

Moderator: Björn Crul

Transcriptie

[00:00] Hybride AC/DC-architecturen in een nieuw energielandschap
Björn Crul: Welkom bij een nieuwe podcast van Louwers Mediagroep, deze keer in samenwerking met Schneider Electric. Wie vandaag een productieomgeving of kantoorgebouw ontwerpt, werkt in een totaal andere energierealiteit dan tien jaar geleden. Zonnepanelen, batterijen, elektrische voertuigen en digitale toepassingen zijn intussen vertrouwde onderdelen van een installatie. Maar tegelijkertijd lijkt een voldoende zware aansluiting op het elektriciteitsnet niet langer overal vanzelfsprekend. De energietransitie gaat daardoor niet alleen over meer elektriciteit, maar ook over hoe we die lokaal produceren, opslaan, verdelen en op het juiste moment gebruiken. In die context groeit de aandacht voor hybride AC/DC-architecturen, systemen waarin wisselstroom en gelijkstroom naast elkaar worden ingezet. Wat betekent dat concreet voor bedrijven, ontwerpers en installateurs? En beschikken we vandaag wel over de juiste kennis om zulke systemen veilig en doordacht te bouwen? Dat zijn de dingen waar we vandaag over gaan praten. Ik ga dat doen met Yannick Van den Broeck, Expert Energie en Klimaat bij Voka, en Koen Rowies van Schneider Electric. Welkom heren. Ik heb het al even verteld, maar laten we dat nu nog even duidelijker doen door dezelfde vraag te stellen aan jullie beiden. Als we het huidige energielandschap overschouwen, wat is zo één tendens die volgens jullie zeer belangrijk is en die misschien nog wat te weinig aandacht krijgt?
Koen Rowies: Ja, we zien vandaag inderdaad die verandering, die elektrificatie binnen gebouwen en industrie. Die confronteert ons natuurlijk met een aantal beperkingen op het net, waardoor we intelligente oplossingen moeten zoeken om die problemen te overbruggen. Dat kan bijvoorbeeld door lokaal energie op te wekken via DC, zonnepanelen, batterijopslag, en zo een mouw te passen aan die problematiek. Daar worden wij regelmatig voor geconsulteerd.

[01:54] Elektrificatie botst op netcapaciteit
Björn Crul: Oké, dat is al een voorzetje op wat er nog komt. Maar eerst nog even het energielandschap in het algemeen overschouwen. Wat is volgens u de belangrijkste tendens van het moment?
Yannick Van den Broeck: We zien heel veel uitdagingen op vlak van energietransitie en vooral de snelheid waarmee het vandaag aan het gebeuren is, zeker bij de industrie. Het woord elektrificatie is al gevallen. Dat is een van de grootste tendensen die we vandaag zien. En dat zorgt voor een aantal uitdagingen naar netcapaciteit, maar evengoed naar prijszetting. Want natuurlijk zal ook de productiecapaciteit moeten volgen. Onze bedrijven hebben nood aan betrouwbare energievoorziening, maar ook aan betaalbare energievoorziening. En daar zie je dat we in Vlaanderen of in België op dat vlak ook niet goed scoren.
Björn Crul: Want inderdaad, namens Voka heb je een tijdje terug een paper geschreven met de titel ‘Netcongestie: rem op groei, tijd voor actie’. Dus ja, de titel zegt al een beetje: netcongestie is echt wel een urgent probleem waar we moeten over nadenken.
Yannick Van den Broeck: Ja, dat klopt. Dat heeft ook een aantal jaren een beetje onder de radar gezeten. Spijtig genoeg. Eind vorig jaar, of begin vorig jaar moet ik zeggen, is het wat boven water gekomen dat de netbeheerders de eerste keer gecommuniceerd hebben over een aantal dossiers die niet meer klassiek konden aangesloten worden. Dus we zijn uiteindelijk altijd gewoon geweest om een bepaalde aanvraag te doen. Dat kan zijn op middenspanning of op hoogspanning, en eigenlijk het gevraagde vermogen gewoon te krijgen van de netbeheerder. Vandaag is de realiteit helaas zo dat dat vermogen niet meer beschikbaar is. Toch in vele gevallen, op vele plaatsen niet meer beschikbaar is. En dat vele honderden of zelfs duizenden bedrijven vandaag in de wachtrij staan en dus ook met hun project niet vooruit kunnen. Ze hebben ook niet direct zicht op: wanneer kan mijn aanvraag zich dan toch manifesteren? En vooral: hoeveel vermogen ga ik dan effectief nog krijgen? Er wordt nu heel veel met flexibele aansluitingscontracten gewerkt, waarbij er dus wel op bepaalde momenten zal afgeschakeld worden vanuit de netbeheerder en je dus niet over het volledige vermogen kan beschikken. Op dat punt is dat een grote uitdaging. Daar worden bedrijven creatief. En ik denk dat we het daar vandaag ook wel over zullen hebben: welke oplossingen daar gelukkig ook wel voor zijn.

[03:52] Projecten lopen vertraging op door netcongestie
Björn Crul: Dus die rem waar je het over hebt, is wel echt zeer concreet? Dat zijn echt heel concrete gevallen van projecten die vertraagd of helemaal niet gerealiseerd kunnen worden op dit moment?
Yannick Van den Broeck: Ja, absoluut. De laatste cijfers van Fluvius op het middenspanningsnet spreken over een 1.200 dossiers die vandaag vastzitten, laten we zeggen. De Vlaamse Nutsregulator heeft vrij recent beslist om de fallback flex-oplossing versneld in te voeren, wat eigenlijk een soort voorloper is van flexibele aansluitingscontracten. Heel veel dossiers die toch op dat volledige vermogen rekenden, kunnen omgeschakeld worden richting flexibele aansluitingen. Dat zorgt voor vele honderden dossiers in een doorstart, die we nu ook volop zien. Dus het is niet allemaal kommer en kwel. Maar die flexibele aansluitingen zijn ook niet voor alle bedrijven een even goede oplossing. Het is een soort overbruggingsoplossing richting structureel versterkte netten. Maar dat duurt natuurlijk jaren, zo niet decennia, voordat die er zullen zijn. Dus intussen moeten we creatief zijn.
Björn Crul: En is het, net omdat die schaal van het probleem zo groot is, echt wel een bedrijfseconomisch ding geworden, eerder dan een kwestie van alleen netbeheerders en installateurs?
Yannick Van den Broeck: Absoluut. We spraken al over de snelheid van de transitie. We zien dat bij de industrie echt doorbreken. [Onverstaanbaar] zijn aangesloten en die zijn eigenlijk allemaal aan het elektrificeren. Dat gaat van laadpalen voor de voertuigenvloot tot e-boilers tot industriële warmtepompen. Al die projecten dienen zich aan en je ziet dat de capaciteit daar eigenlijk niet op voorzien is. Dus die staan on hold of moeten flexibel aangesloten worden. Dat is echt een economische realiteit: bedrijven die de transitie willen maken, maar ook gewoon investeringen doen, die dan ook dikwijls aan de transitie gelinkt zijn. Want als een gasboiler vervangen moet worden, dan kijkt men vandaag al snel [onverstaanbaar]. Maar als je dat ding niet kan aansluiten, dan komen we in moeilijk vaarwater natuurlijk.

[05:48] Lokale productie en opslag als antwoord
Björn Crul: Is dat ook jullie ervaring bij Schneider, Koen? Dat inderdaad het grote probleem niet zozeer is dat er te weinig elektriciteit is, maar dat we die niet op de juiste plaats krijgen, op het juiste moment?
Koen Rowies: Ja, inderdaad. We zien door die elektrificatie bedrijven die naar andere types energievormen gaan, die van fossiele energie afstappen en elektrisch willen gaan. Natuurlijk, als een bedrijf dat vermogen niet beschikbaar heeft en zijn proces wil laten voortlopen, dan zit hij echt voor een probleem. En dan zijn er verschillende mogelijkheden. Ofwel gaan we het verbruik proberen in de tijd te schuiven, zodat we niet met bepaalde piekvermogens op bepaalde momenten zitten. Maar sommige processen laten dat niet toe. Een tweede zaak die we zien, is dat klanten gaan investeren in hernieuwbare energie. Vandaag de dag zitten in bijna ieder nieuw project zonnepanelen. Maar daar ook weer: dan is het mooi weer, dan gaan we zonne-energie hebben. Maar je kan moeilijk tegen een bedrijf zeggen: vandaag is er geen zon, we hebben een beperkt aansluitvermogen, dus we gaan niet produceren. Het bedrijf moet kunnen produceren en daarom moeten we eigenlijk een bepaalde zekerheid kunnen garanderen. Dat gaan we dan doen met efficiënte systemen of systemen waarbij we die zonne-energie bij overproductie lokaal kunnen opslaan, zodat we het net gaan ontlasten op die piekmomenten wanneer er een overaanbod is aan zonne-energie. Want als de zon dan in heel België schijnt en iedereen extra energie aan het opwekken is, kunnen we eigenlijk het net ook in de omgekeerde richting gaan overbelasten. We gaan ervoor zorgen dat we die overproductie lokaal kunnen opslaan om die dan in de dalmomenten, of wanneer er heel veel vraag op het net is, terug te kunnen gebruiken lokaal, zonder dat we dan op dat moment het net gaan overbelasten.

[07:35] Nieuwe vragen voor Schneider Electric
Björn Crul: En wat betekent dat voor een speler als Schneider, een grote speler, concreet voor jullie? Met wat voor type vragen komen mensen vandaag naar jullie?
Koen Rowies: We krijgen installateurs die naar ons komen en zeggen: kijk, hier is een nieuw project uitgekomen. De klant krijgt een flexibele aansluiting, 100 kVA fixed, en hij heeft er 400 nodig. In het lastenboek staat: zorg voor een oplossing dat we dit probleem kunnen overbruggen. Dan komen ze naar ons toe om eigenlijk mee een efficiënt systeem te vinden om dat te overbruggen. We merken dat daar toch nog wel heel veel vraagtekens zijn bij de klanten en installateurs. Wij kunnen daar dan advies in geven of met onze technologie en ervaring die we in huis hebben oplossingen aanreiken.

[08:26] De mismatch tussen AC en DC
Björn Crul: Natuurlijk, dat brede maatschappelijke, sociaaleconomische kader is één ding. Maar die energietransitie is natuurlijk ook een zeer technisch verhaal. Dus als we het daar even over hebben, dan moeten we denk ik beginnen bij een opvallende vaststelling. Namelijk dat veel van de nieuwe energiebronnen die we hier al even hebben aangehaald intern werken op gelijkstroom. De distributie loopt heel vaak hoofdzakelijk via wisselstroom. Dan ontstaat er dus een beetje een mismatch. Misschien moeten we eerst concreet maken: in wat voor soort gevallen ontstaat die botsing?
Koen Rowies: De wereld redeneert in AC. Alles is vandaag de dag in een woning op wisselspanning aangesloten, hoewel we zien dat heel veel apparatuur op DC kan werken. DC gaan benutten of oplossingen in DC zoeken is interessant bij die grote vermogens en waar we gebruikers hebben die ook op DC gaan werken. Dus het heeft geen zin om energie van DC, van je zonnepanelen, om te gaan zetten naar wisselspanning, naar AC, om dan bijvoorbeeld op een andere plaats in je installatie terug naar DC om te zetten om een wagen te gaan laden, bijvoorbeeld, of een proces aan te sturen. Op dat vlak hebben we wel wat oplossingen. En is het ook interessant om binnen jouw elektrische installatie een deel volledig op DC te gaan ontwikkelen. Daar zijn nog heel veel vraagtekens bij installateurs, omdat het een heel andere manier van redeneren is, van afzekeren, van beveiliging van die netten. Daar merken we dus inderdaad dat er heel veel vraag rond is.

[10:05] Wat is een hybride AC/DC-architectuur?
Björn Crul: Dus de samenvatting is: er is nood aan hybride architectuur, dus iets wat die twee kan coveren. Misschien moeten we dat even vastnemen op zich. Wat bedoelen we daar juist mee als het gaat om een hybride architectuur met AC/DC?
Koen Rowies: Bij een hybride architectuur gaan we zoveel mogelijk apparatuur die op DC werkt met elkaar verbinden via een DC-spanningsbus of vermogensbus. De zonnepanelen, de DC-lader bijvoorbeeld, de batterij, worden op eenzelfde DC-kabel of busbar aangesloten, zodat we zo weinig mogelijk conversies moeten doen. Natuurlijk gaan we altijd een aantal apparaten hebben die we niet op DC kunnen laten werken. Dan gaat er nog een tweede net binnen die installatie zijn dat op AC gaat werken. En dat er ook voor gaat zorgen dat op momenten dat er onvoldoende zonne-energie is of de batterij leeg is, we nog altijd van dat AC-net naar DC kunnen gaan. En ook omgekeerd: als er overproductie op DC is, dat we dat kunnen converteren en naar het AC-net brengen. Het grote voordeel van een hybride structuur is dat we heel veel in efficiëntie gaan winnen. En ook een aantal andere voordelen, bijvoorbeeld naar bekabelingssecties toe, dat we met kleinere bekabelingssecties kunnen gaan werken, die DC- of hybride systemen met zich meebrengen.
Björn Crul: Dus het is niet de totale vervanging van een oud systeem. Het is een soort extra laag die ervoor zorgt dat je meer kunt vertrekken vanuit de volledige energiestroom.
Koen Rowies: Inderdaad.
Björn Crul: Maar de vraag is natuurlijk: voor wie is dat een zinvol idee? Want dat is natuurlijk niet dé wonderoplossing voor iedereen. Maar voor wie dan wel?
Koen Rowies: We moeten vooral kijken naar de klanten of de gebruikers die bijvoorbeeld gebruikmaken van zonnepanelen of die processen hebben die op DC kunnen werken. Vandaag de dag, wat we heel vaak zien in nieuwe projecten en in de elektrificatie, is vooral het verhaal van de elektrificatie van de vloot, de elektrische wagens. Het is een zeer grote verbruiker. Heel veel klanten stoten op de limieten van hun installatie op AC-vlak om die DC-laders te kunnen voeden. En daar is typisch een toepassing om die zonnepanelen, mits buffering van een batterij, direct te koppelen aan een DC-laadpaal, die verbruikers.
Björn Crul: Mogen we zeggen dat schaal een beetje de belangrijkste factor is daarin? Dat je toch een zekere schaal moet hebben alvorens dit interessant wordt om zo’n systeem te hebben?
Koen Rowies: Ja. Zeker voor DC-laden spreken we niet over residentieel, maar eerder over industriële en grote gebouwen natuurlijk. Een DC-lader begint vanaf 60 kilowatt. Dat gaat tot 300, 400 kilowatt, 600 kilowatt of nog meer als we naar truckchargers gaan kijken. Dus dat zijn wel de grotere verbruikers die daarvoor in aanmerking komen.

[12:50] Efficiëntie en economische optimalisatie
Björn Crul: Yannick, eigenlijk is het een verhaal van efficiëntiewinst en optimalisatie, daar komt het eigenlijk op neer. Hoe belangrijk is dat in die economische context waarmee we het verhaal zijn gestart?
Yannick Van den Broeck: Elk bedrijf wil zo efficiënt mogelijk werken natuurlijk. En dan kunnen die hybride oplossingen, AC/DC, daar zeker in passen. Ik hoor het ook wel passeren bij diverse projecten die bedrijven aan het ontwikkelen zijn. Ik denk inderdaad dat vermogen daar de doorslaggevende factor is. Als je over kleine vermogens spreekt, denk ik niet dat het echt een belangrijke rol gaat spelen. Maar het staat zeker op de radar. Ik hoor bijvoorbeeld bedrijven die denken over microgrids. Dus dat ze eigenlijk hun eigen energiehuishouding toch een beetje willen afzonderen en meer in eigen beheer willen hebben. En dat dan ook zo efficiënt mogelijk willen laten runnen. Dus nee, we komen het zeker tegen. Het is een puzzelstukje in de energietransitie.
Koen Rowies: En om daar nog eventjes op in te pikken: we hebben natuurlijk het vermogensvraagstuk. Maar energie is een aanzienlijke kost voor een bedrijf. Dus die systemen laten ook toe om je energie te gaan optimaliseren. Bijvoorbeeld, we zien nu meer en meer die dynamische tarieven, dus dat de energieprijs varieert per kwartier in functie van vraag en aanbod. Als een klant dan zijn energie lokaal kan gebruiken op het moment dat de energie duur is, gaat hij ook een deel autonoom of onafhankelijk worden van die variaties op die prijstarieven. En dat zorgt natuurlijk ook voor een economisch voordeel. Uiteindelijk wordt de economie gedreven door die zaken, door energiekosten en zo. [Onverstaanbaar] op dat vlak in het kader van optimalisatie naar kosten toe.

[14:26] Flexibiliteit achter de meter
Björn Crul: Nog een ander puzzelstukje in dit verhaal lijkt me flexibiliteit, een beetje een van de grote codewoorden. Waarom is dat zo belangrijk in deze context? Dat we daar nog meer op moeten inzetten, dat we dat nog meer mogelijk moeten kunnen maken?
Yannick Van den Broeck: Het is een beetje een containerbegrip geworden, flexibiliteit, zowel aan positieve als negatieve kant. Er wordt heel veel ingestoken dat er misschien soms ook niet in thuishoort. Een van de zaken die ik zie passeren, zijn bedrijven die bijvoorbeeld aan peak shaving willen doen. Dat heeft dan ook weer met de tariefstructuren te maken. Er is nog zoiets als het capaciteitstarief vandaag de dag. Dus als bedrijf, als je een bepaalde piek overschrijdt, word je daarvoor beboet en dan neem je dat ook heel lang mee in de tijd. Bedrijven gaan hun processen daar natuurlijk op afstemmen om zo weinig mogelijk die piekoverschrijding te doen. Dan spreken we over flexibiliteit vooral achter de meter. Dus dat ze bijvoorbeeld een batterij of demand response gaan toepassen op hun processen, dat het vermogen wat naar beneden gaat om zeker die pieken niet te gaan trekken.
Yannick Van den Broeck: Ik denk dat die tarifering ook wat slimmer moet worden in de toekomst. Er is hier al gesproken over de overvloedige PV-installaties die we hebben. Op een bepaald moment overstijgt ook onze productiecapaciteit van PV de vraag, zelfs voor heel het land België. En dan moeten wij flexibiliteit van de buurlanden gaan inkopen zodat de stroom blijft gaan, dat het licht niet uitvalt. Dat is ook een grote uitdaging. Met slimme tarieven kan je daar eigenlijk ook op inspelen. Namelijk op die momenten dat PV overvloedig aanwezig is, dat de prijzen normaal gezien ook zeer laag zijn, dat je dan bijvoorbeeld wel piekoverschrijdingen kan doen als bedrijf. Dat je echt volle bak gaat produceren op dat moment. Goedkope uren, dat is goed voor het net. Maar vandaag staat de tarifering daar eigenlijk nog in de weg. Dus dat is ook nog een vorm van flexibiliteit. Flexibele aansluitingsovereenkomsten zijn daar ook een onderdeel van. Daar hebben we het al over gehad. Dat je toch niet meer op dat volledige vermogen kan rekenen, maar dus afgeschakeld zal worden door de netbeheerder op welbepaalde momenten. En [bedrijven] die ook in een hybride opstelling werken, die nog altijd de gasboiler bijhouden, maar daar dan een warmtepomp of een e-boiler bij zetten. Op die momenten dat ze weten dat ze afgeschakeld gaan worden, gaan ze terugvallen op hun fossiele back-up of ze gaan dieselgeneratoren zetten. Dat is niet goed voor de transitie, dat weten we. Maar het bedrijf moet blijven produceren. Dus dan zie je dat zulke oplossingen toch weer boven water komen.

[16:45] Architectuur als startpunt van het energiesysteem
Björn Crul: Dus dergelijke sturing of tarifering begint allemaal in zekere zin bij de architectuur of de situatie die er is, om het even naar dat thema terug te brengen. Hoe belangrijk is dat deel in dat verhaal? Waarom is de architectuur een beetje een startpunt van alles?
Koen Rowies: We moeten heel goed nadenken in het begin van de opzet van de installatie. Vroeger bouwden we de componenten zomaar bijeen. Vandaag de dag moeten al die componenten ook met elkaar gaan communiceren. Dus er moet heel goed nagedacht worden over het concept van de installatie, hoe de componenten met elkaar kunnen communiceren. Want we moeten die natuurlijk allemaal op elkaar kunnen laten afstemmen. Stel dat je een zonnepaneleninstallatie hebt die niet kan communiceren, dan kan je daar ook niet op gaan sturen. Hetzelfde met andere componenten. Dus het is belangrijk: de interconnectiviteit tussen al die componenten, de communicatieprotocollen. Er komt heel wat bij kijken bij die nieuwe installaties of die nieuwe architecturen. En daar merken we dat dat nog wat moet doorsijpelen. Mensen zijn zich niet altijd bewust van die complexiteit. Vandaar dat het belangrijk is om dat in de studiefase samen met [onverstaanbaar], zodat we niet op verrassingen stoten omdat er slechte keuzes gemaakt zijn in componenten of dimensionering.

[18:02] Nieuwe technologie vraagt nieuwe kennis van installateurs
Björn Crul: Voor wie dit zeker een enorme impact heeft, zijn de installateurs. Als we daar misschien even op ingaan: wat betekent die hele verandering, die nieuwe realiteit, concreet voor de realiteit van een installateur?
Koen Rowies: Ze moeten die nieuwe technologie opnemen, ze moeten die verkennen, ze moeten daar dat leerproces doormaken. Dat is niet altijd zo evident. Vandaar dat wij als fabrikanten daar ook in proberen te ondersteunen. Andere manieren van denken, andere technologie, andere manieren om personenbeveiliging te doen op DC-netten – dat is totaal verschillend ten opzichte van AC-netten. Dus het is belangrijk dat ze zich bijscholen in de mate van het mogelijke. Maar ze kunnen natuurlijk altijd een beroep doen op ons. We hebben ook een bepaalde expertise. Schneider is al een hele tijd met zulke systemen bezig, wereldwijd. Dus zij kunnen ook op ons een beroep doen voor een bepaalde expertise. Want wij kunnen niet verwachten dat iedere installateur iedere dag drie uur opleiding gaat volgen. Zij moeten on-site zijn, zij moeten hun installaties kunnen uitvoeren. Vandaar dat het belangrijk is dat we goed samenwerken en goed communiceren.

[19:09] Energiekennis binnen bedrijven
Björn Crul: Dat opleidingsaanbod, daar gaan we het inderdaad nog over hebben. Maar misschien eerst nog even in het algemene kader plaatsen. Klopt het inderdaad, als we dat economisch bekijken, dat die expertise, of de opbouw van die expertise, misschien nog wel het belangrijkste puzzelstukje voor de toekomst is?
Yannick Van den Broeck: Dat is inderdaad cruciaal. Je merkt heel veel verschillen in snelheden tussen bedrijven, wat er ook met verbruik te maken heeft. Dus de grootverbruikers hebben dikwijls ook wel de in-housekennis over hun energiehuishouding. Weten hoe ze daarmee moeten omgaan. Weten ook hoe ze bepaalde zaken kunnen valoriseren. Daar hebben we het nog niet over gehad. Dus al die nieuwe assets die er vandaag zijn, oké, die kan je natuurlijk valoriseren puur in productie. Maar je kan ook diensten gaan aanbieden, netondersteunende diensten, bijvoorbeeld bij hoogspanningsnetbeheerder Elia. Er zijn nu recent ook congestiemarkten door Fluvius op middenspanning uitgerold. En eigenlijk kunnen we misschien die terugverdientijd wel wat terugdringen. Dat soort kennis is bij de grotere verbruikers echt wel in-house aanwezig.
Yannick Van den Broeck: Maar je hebt daar een hele grote laag bedrijven onder die best wel wat verbruiken, maar waar energie misschien niet de nummer één kostencomponent is. Dan merk je ook dat daar de expertise en soms ook de wil om stappen te zetten toch veel kleiner is. Daarom pleit ik altijd graag voor een energiemanager per bedrijf. Toch iemand die je binnen je organisatie aanduidt als: jij gaat dit hier toch wat mee in de gaten houden. Maar dat is inderdaad zeer breed, zeer ruim. Je hebt ook kennis nodig van de markten bijvoorbeeld. Dus het is zeker geen evidentie. Maar gelukkig zijn er ook wel externe partners die je natuurlijk als bedrijf onder de vleugel kunnen nemen, die je kunnen helpen om je huishouding onder controle te houden.
Björn Crul: Merk je dat bij Schneider ook inderdaad, dat er vaak nog wat kennis ontbreekt? Of dat die te versnipperd zit?
Koen Rowies: Ja. [Onverstaanbaar] naar kleinere bedrijven toe is dat niet altijd het geval. En inderdaad, daar krijgen we veel vragen. Ook rond andere wetgevingen, zoals EPC NR, BACS-wetgeving die eraan komt. Klanten zijn daarvan niet op de hoogte. Ook installateurs vragen ons dan: kijk, hoe kunnen we dit probleem oplossen? Wat moeten we voorzien? Dus dat is zeker een topic dat aan bod komt, absoluut.

[21:30] Opleidingen rond AC- en DC-netten
Björn Crul: Het opleidingsaanbod op zich bestaat al lang, maar hebben jullie dat uitgebreid naar heel dat verhaal dat we net aan het schetsen zijn? Wat is de baseline van dat opleidingsaanbod rond die architectuur?
Koen Rowies: We hebben een zeer toegankelijk en laagdrempelig aanbod via online trainingen. Klanten kunnen via ons portaal daar toegang toe krijgen. Ze kunnen een aantal opleidingen rond DC-netten en AC-netten gaan volgen. Dus dat is heel toegankelijk. Natuurlijk hebben we ook een aantal installateurs die daar een stap verder in willen gaan. Die kunnen we eventueel een traject aanbieden om echt naar zo’n type oplossing, echt integratie, te gaan. We kunnen echt een volledig opleidingsaanbod bieden. Natuurlijk is dat niet voor iedereen een optie, maar wij kunnen dat zeker aanbieden. We hebben bijvoorbeeld een aantal partners die zich echt specifiek in die materie willen verdiepen en dan gaan wij die met zowel theoretische als praktische trainingen opleiden om zo’n systeem te kunnen implementeren.
Björn Crul: Heeft het aanbod veel succes? Komen er veel mensen op af?
Koen Rowies: Ja, er is heel veel vraag natuurlijk. Zoals ik gezegd heb: het is echt een heel specifieke markt. En niet iedere installateur is bereid om daar zoveel tijd in te steken. Dan zien we dat ze er ofwel volledig voor gaan en tijd willen investeren, ofwel laten ze het deel bij ons en vragen ze aan ons een deel expertise om hen daarin te ondersteunen. Dus beide zijn mogelijk.
Björn Crul: [Onverstaanbaar].
Koen Rowies: Op alle niveaus, zowel installateurs, studiebureaus. We zijn echt een hele transitie aan het maken nu. We zijn heel conservatief in technologieën, vaak nog. We denken nog in oude technologie. En die transitie moet er komen. Wij moeten daar ook als fabrikant de gebruikers, de installateurs, de studiebureaus deels in gaan begeleiden, om te laten zien wat er mogelijk is, hoe pak je dat aan. Dus daar spelen we zeker een belangrijke rol in.

[23:34] Online opleiding en begeleiding in de praktijk
Björn Crul: Het opleidingsaanbod verloopt online. Dat lijkt me ergens een beetje te botsen met die realiteit. Of is dat een juist kanaal om dat te doen, volgens jullie?
Koen Rowies: Je hebt het online aanbod. Dus klanten die bij ons komen, kunnen we daarnaar doorverwijzen. Maar vaak komt er ook heel veel vraag van de installateur of de klant zelf die ons contacteren: kijk, help ons daarbij. Dus het is niet dat we alleen zeggen: kijk, ga online wat zoeken naar opleidingen. [Onverstaanbaar] oplossingen uit te werken. Dat is zeker nodig.
Björn Crul: Dus het is zeker niet dat het alleen nog online is?
Koen Rowies: Nee, dat mogen we zeker niet denken.

[24:08] Hoe ziet het energiesysteem er over tien jaar uit?
Björn Crul: Oké, ik denk dat we al heel veel besproken hebben. Maar voor we afronden, moeten we nog even de blik op de toekomst werpen. Dus als we ons even verplaatsen naar binnen tien jaar: hoe ziet de wereld qua energierealiteit er dan volgens jullie uit? Wat is de positie van de hybride architectuur op dat moment, denken jullie?
Koen Rowies: Ik denk dat die steeds belangrijker wordt. We zien het vooral in de sectoren en zaken die heel snel evolueren. Daar zien we ook heel snelle groei in. Ook het klimaat in België voor elektrificatie van de vloot en zo is heel gunstig. Dus daar zien we een heel snelle groei. Ook andere processen, e-boilers en zo. Dat zijn zekere zaken. De bedrijven worden verplicht om van fossiele brandstof af te stappen. En op dit ogenblik is elektriciteit volgens mij het enige alternatief dat op korte termijn inzetbaar is. [Onverstaanbaar] zijn nog niet zover. Dus zeker een groei op vlak van elektrificatie, hernieuwbare energie, zonnepanelen, batterijen. Dat gaat de komende jaren enorm groeien, volgens mij.
Björn Crul: En dat geldt voor alle takken van het bedrijfsleven? Dus zowel de kleine kmo als de grotere spelers?
Yannick Van den Broeck: Op dat gebied zitten we allemaal in hetzelfde bad, om het zo te zeggen. Dus elektrificeren moeten we inderdaad allemaal doen. Dat is volgens mij ook de grootste uitdaging. Daaraan gekoppeld zal ook de productiecapaciteit moeten volgen. Dat zal binnen een aantal jaren terug een hot topic worden. We zitten nog altijd in de context van een kernuitstap, dus dat er nog centrales aan het sluiten zijn. En je ziet dat de vervangcapaciteit, om het zo te zeggen, via thermische gascentrales of via de hernieuwbare energie, toch niet helemaal kan volgen. En als natuurlijk dat elektrificatietempo zal toenemen, zullen we als land ook echt onze productiecapaciteit op orde moeten krijgen, ook via interconnectie met andere landen. [Onverstaanbaar]. We hebben een beperkt potentieel om zelf te produceren. Maar dat is toch iets wat mij een beetje zorgen baart.
Yannick Van den Broeck: En natuurlijk de netcapaciteiten. Dat die ook de tred van de elektrificatie min of meer kunnen volgen. Daar is ook een kostencomponent aan verbonden. Het is zeker niet dat we moeten verwachten dat die netten ad infinitum moeten uitbreiden. Want wij betalen allemaal transport- en distributienettarieven, zowel als particulier als bedrijf. En je ziet dat die ook groter en groter beginnen door te wegen in de [onverstaanbaar]. Dus ja, je kan op het ene front inzetten, maar anderzijds zie je dan dat het bijvoorbeeld op de kostencomponent weer begint door te wegen. Dus het is een schaakbord met heel veel pionnetjes.
Björn Crul: Dus om die realiteit van binnen tien jaar te halen, is het wel degelijk een enorm goed idee om daar nu, vandaag, heel hard op in te zetten als bedrijf?
Yannick Van den Broeck: Dat denk ik wel. Doe het natuurlijk op het investeringstempo dat het bedrijf nodig heeft. Als je nog relatief recente assets hebt die nog fossiel gedreven zijn, zou ik nu niet aanraden om daar morgen een streep door te trekken. Maar bekijk het bijvoorbeeld in functie van onderhoud van die machines, van levensduur, van afschrijving, en neem het dan mee in dat perspectief. Het moet sowieso op de radar staan. En op een dag zal het bij alle bedrijven op tafel komen te liggen. Dat is onvermijdelijk.

[27:27] De eerste stap voor installateurs en bedrijven
Björn Crul: Misschien nog één heel concrete vraag om op af te sluiten. Stel nu dat een installateur of iemand in de sector dit gesprek heeft beluisterd en denkt: oké, ik wil daarmee aan de slag, ik wil daar iets mee doen. Wat zou die morgen als eerste actie moeten ondernemen?
Koen Rowies: Informeren over de technologie die beschikbaar is. Vooral zich voldoende scholen en informeren, zodat hij de juiste informatie ook kan doorgeven aan de klanten, zodat hij klanten juist kan informeren.
Björn Crul: En is dat, als je dat zo zegt, toch nog iets te weinig vandaag aan de orde in de praktijk?
Koen Rowies: Of zich laten adviseren door mensen die echt kennis van zaken hebben. Want heel het verhaal van AC, DC, hybride netten en zo, het is niet zo evident. Dus dat vraagt wel wat technische kennis. Laat je begeleiden door mensen die daar kennis in hebben. Ga zelf geen dingen uitvinden, want het zijn vaak dure investeringen. En het laatste dat je wilt, is dat een klant niet tevreden is. Dus zorg dat je goed geïnformeerd bent, of ga de informatie zoeken waar ze zit, bij de mensen die de kennis hebben.
Björn Crul: Oké, Yannick, vanuit het Voka-perspectief dan, maar dezelfde vraag: wat zou een installateur morgen moeten doen?
Yannick Van den Broeck: Voor een installateur vind ik het moeilijk om daarop te antwoorden. Dus ik ga het vanuit bedrijven in het algemeen doen, als dat goed is. Ken je verbruik. Je ziet dat er nog altijd bedrijven zijn die nog onvoldoende bemetering hebben, puur in de processen die ze vandaag runnen. En dat is volgens mij nog altijd de eerste stap. Ken je verbruik. En vanuit dat standpunt kan je heel veel beginnen doen. Je kan er dan een slimme laag op zetten met een energiemanagementsysteem en daar allemaal nieuwe assets op aansluiten. Ook de structuren waar we vandaag over gesproken hebben, kunnen daarin een plaats krijgen. Maar dus eerst: ken je energiehuishouding. Dat is de eerste stap. En dan komen die vervolgstappen wel. Begeleid door mensen met expertise, mocht je die zelf niet hebben.

[29:22] Hybride architectuur als onderdeel van de energietransitie
Björn Crul: Oké, dat is een heel duidelijke boodschap om af te ronden. Ik vond vooral dat hybride AC/DC-structuren of -architecturen geen strijd tussen twee stroomtypes hoeven te zijn. Het is vooral een manier om lokale productie, opslag en verbruik logischer met elkaar te verbinden. Maar technologie alleen volstaat natuurlijk niet. Bedrijven moeten hun energieverbruik vroeger meenemen in de investeringsbeslissingen en installateurs moeten leren denken in volledige energiestromen. En vooral: ze moeten genoeg kennis durven verzamelen.
Koen Rowies: Dank u wel.

Gerelateerde podcasts

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten