In Herne koos een logistiek centrum voor de opslag van professioneel bouwgereedschap ervoor om zijn kantoorruimtes te gaan verwarmen en actief koelen met warmtepompen, om zo een structureel overschot aan zelfopgewekte zonnestroom te kunnen benutten. Om hun bedrijfszekerheid te waarborgen, werden de warmtepompen, van het type lucht-water en het merk Buderus, in cascade geplaatst.

Geert Braeckman uit Serskamp, specialist in woontechnieken, installeerde de lucht-waterwarmtepompen van Buderus. “Drie in totaal, in cascadeopstelling dus”, begint hij te vertellen. “Het gaat om monoblocwarmtepompen die samenwerken om het nodige vermogen te leveren, maar ook als elkaars back-up fungeren, zodat de verwarming en actieve koeling van de kantoren, verspreid over drie verdiepingen die samen ongeveer 1.250 m² beslaan, verzekerd zijn. Op al die niveaus kwamen vloerverwarming en, als bijkomende verwarming maar vooral voor de koeling, inbouwventiloconvectoren in de plafonds en wanden. Ook voor de installatie daarvan stonden wij in. Oorspronkelijk wilde de bouwheer geothermische warmtepompen, maar al snel werd duidelijk dat dit veel te duur zou uitvallen; door de rotsbodem zouden de kosten voor de boringen veel te hoog liggen.”
“De warmtepompen staan parallel geschakeld via het zogeheten Tichelmann-systeem”, licht de installateur de cascadeopstelling wat meer in detail toe. “Dat zorgt ervoor dat elke warmtepomp hetzelfde debiet levert en een dezelfde weerstand ondervindt. Eén warmtepomp fungeert als ‘masterwarmtepomp’. Die stuurt de regeling aan. Op die hoofdwarmtepomp is de tweede warmtepomp aangesloten en op die pomp weer de derde. De hoofdwarmtepomp start als eerste en daarna volgen indien nodig respectievelijk de tweede en derde in het rijtje.”
Warmtepompen die de toon zetten
Buderus heeft een uitgebreid gamma aan monoblocwarmtepompen, gaande van de lucht-waterwarmtepomp Logatherm WLW156 zonder binnenunit over de superstille Logatherm WLW196i tot de Logatherm WLW176i, die propaan als koelmiddel heeft. Die laatste twee warmtepompen hebben wel een binnenunit, maar doordat die louter hydraulisch werkt en het volledige koelgascircuit in de buitenunit zit, mogen ze toch beschouwd worden als monoblocwarmtepomp – ze worden ook wel eens semimonoblocwarmtepomp genoemd.
Die laatste eigenschap is meteen ook het grote voordeel van een monoblocwarmtepomp. De installateur hoeft daardoor immers enkel een waterleiding naar binnen te leggen. Een F-gas-certificering is voor de installatie dan ook niet nodig. Als er toch werken aan het koelcircuit nodig zijn, kan altijd een specialist van de zogeheten Buderus Service worden ingeschakeld.
De bedrijfszekerheid is onmiskenbaar het grootste voordeel van de opstelling in cascade. “Mocht er ooit een warmtepomp uitvallen, dan ontvangen via een app een foutcode. We kunnen dan een interventie inplannen, terwijl de installatie gewoon verder draait op de andere warmtepompen. De continuïteit is dus, zoals ik reeds vertelde, gegarandeerd”, vertelt Geert Braeckman daarover.
De installateur benadrukt evenwel dat er nog andere voordelen verbonden zijn aan de cascadeopstelling. “Het installatiegemak is er daar een van”, vertelt hij. “Het is gemakkelijker drie kleinere warmtepompen te installeren dan één grote”, legt hij uit. “Daarnaast is een cascadeopstelling ook makkelijk uit te breiden. Stel dat het bedrijf in de toekomst wil vergroten, dan kunnen we relatief eenvoudig een extra monoblocwarmtepomp aan het bestaande systeem toevoegen. De leidingen zijn daar al op voorzien en de bestaande hydraulica en het buffervat kunnen dan, met een kleine aanpassing, behouden blijven. Dat is bij een splitinstallatie veel moeilijker te realiseren. Een monoblocinstallatie werkt immers alleen met verwarmingsleidingen, een splitinstallatie met verwarmingsleidingen én koelleidingen: wanneer we voor een splitsysteem hadden gekozen, had elke van de drie buitenunits immers een eigen binnenunit nodig gehad en dan moet je met drie aparte koelcircuits naar binnen, wat de installatie veel complexer zou maken. Nu zit alle techniek in de buitenunits en zijn er geen binnenunits nodig. Splitsystemen zie je daarom eerder in kleinere projecten, waar maar één warmtepomp nodig is.”

Geert Braeckman heeft tot slot nog een tip voor collega-installateurs die een vergelijkbaar project overwegen. “Onderschat het gewicht van een monoblocwarmtepomp niet. We spreken al snel over 130 kg per toestel. Als de units op een dak moeten worden geplaatst, zoals in het project in Herne, is het dus heel belangrijk de stabiliteit van de dakconstructie te controleren en na te gaan of je met een kraan of lift op de plek van installatie geraakt.”
Buderus – Standnummer 92