Hét kennisplatform voor slimme & duurzame installatietechniek
Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties
V.l.n.r.: Yves De Meuter, Pieterjan Spyns, Wouter Polspoel, Vincent Vancaeyzeele en Yves Desplenter tijdens het rondetafelgesprek.

Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties

De kwaliteit van het systeemwater in een verwarmings- en koelinstallatie bepaalt in grote mate het rendement, de bedrijfszekerheid en de levensduur van de installatie. Toch krijgt dat aspect zelden de aandacht die het verdient. Installatie & Bouw bracht daarom vier experten ter zake samen om hun licht te laten schijnen over het onderwerp. Wat gebeurt er zodra zuurstof, kalk of vervuiling het systeem binnendringen? Waarom lopen sommige installaties al na enkele maanden vast, terwijl andere jarenlang probleemloos functioneren? En wie draagt de verantwoordelijkheid als het fout loopt? Het zijn maar enkele van de vragen die ze beantwoordden. Het rondetafelgesprek laat weinig ruimte voor interpretatie: wie het belang van systeemwaterkwaliteit onderschat, betaalt vroeg of laat de prijs.

Deelnemers:

  • Vincent Vancaeyzeele – teammanager technologie & innovatie bij Techlink
  • Yves Desplenter – sales director bij Fernox Pieterjan Spyns – zaakvoerder van PJS Installatietechnieken
  • Yves De Meuter – quality manager bij Vaillant Group
  • Moderator – Wouter Polspoel (contentbureau Palindroom), hoofdredacteur Installatie & Bouw België

Dag heren. Laat ons eerst iets scherpstellen. Wanneer we het hebben over de systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties, over welk water spreken we dan?

Yves Desplenter: “Dan spreken we over het water dat in de installatie circuleert. Helder water is de referentie. Zodra je verkleuring ziet – geel, bruin of zwart – weet je dat er vervuiling optreedt. Zwart water wordt soms gezien als ‘dood water’, zonder zuurstof en leven, maar dat klopt niet. Corrosie kan perfect blijven doorgaan zonder dat de kleur nog verandert.”

Welke fysische, chemische en biologische processen liggen aan de basis van slechte waterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties?

Yves De Meuter: “Zuurstof is de grootste boosdoener. Als die in het verwarmings- of koelsysteem terechtkomt, zet ze corrosie in gang aan metalen onderdelen. Dat valt eigenlijk nauwelijks te vermijden: bijvullen, microlekkages en zuurstofdiffusie door kunststof leidingen (zuurstof uit de omgevingslucht migreert dan door de kunststof leiding naar het water in de installatie, niet door lekken, maar door het materiaal zelf heen red.): het brengt allemaal kleine hoeveelheden zuurstof in het systeem.

In zuurstofrijke zones vormt zich roest, terwijl in zuurstofarme delen van het systeem magnetiet ontstaat – een zwart, fijn slib. Daarnaast kan kalk zich op leidingwanden afzetten. Zowel roest, magnetiet als kalk kunnen loskomen en mee circuleren met het systeemwater, met verstoppingen, slijtage en rendementsverlies tot gevolg.”

Pieterjan Spyns: “Een goede waterkwaliteit is cruciaal in verwarmings- en koelinstallaties, maar je mag dat niet los zien van de installatieopbouw. Zo kun je een nieuwe installatie vullen met gedemineraliseerd water; dat geen zouten, mineralen of opgeloste gassen bevat die corrosie, kalkaanslag en slibvorming in het systeem op gang trekken; als je daarna staal inbrengt in het systeem – wat regelmatig gebeurt omdat het goedkoper is dan koper – creëer je alsnog problemen.”

Yves De Meuter: “Ik treed Pieterjan helemaal bij. En bij die installatieopbouw moet je ook het expansievat rekenen. De grootte daarvan moet grondig berekend worden en de juiste voordruk hebben. Vooral dat bepaalt eigenlijk of je structurele zuurstofintrede zal hebben of niet.”

Yves Desplenter: “Ook het type installatie – groot of klein, nieuw of bestaand, soort afgiftesysteem, soort warmtegenerator … – en de temperatuur van het systeemwater spelen een rol.”

Pieterjan Spyns: “Het probleem is vooral dat men vaak verkeerd reageert op vervuiling van systeemwater. Men spoelt even met water en vult opnieuw bij. Maar daarmee breng je opnieuw zuurstof binnen en maak je het probleem net groter.”

Yves De Meuter: “We hebben het al meegemaakt dat installateurs een verwarmings- of koelinstallatie bij aanvang vulden met putwater bij gebrek aan stadwater. Dat lijkt een praktische oplossing, maar je weet totaal niet wat je binnenbrengt: ijzer, bacteriën, mineralen … Dan creëer je eigenlijk van bij de start een vervuild systeem.”

Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 1
Vincent Vancaeyzeele.

Zijn die problemen het gevolg van een slecht ontwerp, gebrekkige inbedrijfstelling of onvoldoende onderhoud?

Yves De Meuter: “Het begint bij het ontwerp. Je moet zorgen dat de installatie zo is ontworpen dat ze vervuiling van het systeemwater zo min mogelijk faciliteert. Gaat het om een renovatie van een verwarmings- of koelsysteem dan zul je het systeemwater dat er reeds in circuleert altijd eerst moeten behandelen. Uiteraard is een goede inbedrijfstelling ook van belang. Natuurlijk: dat kost allemaal geld, en finaal zijn op een offerte voor een nieuwe of vernieuwde verwarmings- of koelinstallatie de cijfertjes rechts onderaan dikwijls de belangrijkste voor de eindgebruiker.”

Pieterjan Spyns: “Maar ook onderhoud te gepasten tijde is belangrijk. En ook dat moet goed gebeuren. Er bestaan richtlijnen om vervuiling, corrosie en rendementsverlies in verwarmings- en koelinstallaties te voorkomen. Die zijn vastgelegd in de Technische Voorlichting 278 van Buildwise. Maar in de praktijk kent bijna niemand die. Een architect heb ik er zelfs nog nooit weten naar verwijzen.”

Vincent Vancaeyzeele: “Je zegt het zelf: het zijn richtlijnen. Geen wetten dus. Toch vind ik het frappant te horen dat ze zo weinig gekend zijn. In een geschil bij problemen aan een verwarmings- en koelinstallatie worden ze namelijk wél als referentie gebruikt. Dan moet je als installateur toch sterk in je schoenen staan om daarvan af te wijken. Maar ik denk dat de consensus duidelijk is: problemen ontstaan zelden door één fout. Het is bijna altijd een combinatie van een slecht ontwerp en ondermaatse uitvoering en opvolging.”

Pieterjan Spyns: “Tweejaarlijks onderhoud van ketels is overigens wél wettelijk verplicht. Maar de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de eindgebruiker en een echte controle op naleving van die wet bestaat ook niet.”

Hoe snel duiken problemen op als de waterkwaliteit in een verwarmings- of koelinstallatie slecht is? Gaat het over trage degradatie of kunnen installaties snel performantie verliezen?

Yves Desplenter: “Dat hangt sterk af van de situatie. Bij nieuwe installaties kán het langer duren, maar dat is geen garantie. Slechte ontluchting kan bijvoorbeeld al snel voor problemen zorgen.”

Vincent Vancaeyzeele: “We zien vaak een zogeheten badkuipcurve: veel problemen in het begin, dan een periode waarin alles zich na ingrijpen lijkt te stabiliseren, en dan na vijf à tien jaar grote problemen die zich al die jaren sluimerend opgestapeld hebben.”

Wat zijn de concrete gevolgen van slechte waterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties?

Vincent Vancaeyzeele: “Dat kan van alles zijn: verstoppingen in leidingen of radiatoren, defecte pompen, beschadigde warmtewisselaars …”

Yves De Meuter: “Vaak zie je dat de problemen zich eerst manifesteren in het toestel zelf, omdat daar de toleranties het kleinst zijn – de doorgangen zijn daar het nauwst – en de doorstroming het meest kritisch is. Maar dat betekent niet dat het probleem daar ontstaat. Het toestel is vaak gewoon de eerste plek waar de gevolgen zichtbaar worden.”

Pieterjan Spyns: “In extreme gevallen slaat een warmtewisselaar gewoon lek door te zuur water. Dan mengt water zich met het koudemiddel en is de installatie total loss.”

De aangekondigde federale taxshift en de stijgende gasprijs ten gevolge van de aanval van de VS en Israël op Iran zullen de warmtepompmarkt ongetwijfeld boosten. Daarom focussen we graag wat langer op warmtepompen. Wat betekent een slechte waterkwaliteit specifiek voor hun rendement?

Yves Desplenter: “Warmtepompinstallaties zijn kwetsbaarder voor vervuiling van systeemwater dan klassieke ketels doordat ze minder goed ontgassen omdat ze op lage temperatuur werken – al zijn er vandaag ook al warmtepompen die werken met hoge aanvoertemperaturen. Je mag toch snel denken aan 25 tot 40% rendementsverlies, daar waar dat bij klassieke ketels zo’n 15% is.

En als je interne filters dichtslibben, dan daalt het debiet en werkt de warmtepomp nog maar op halve kracht en stort de COP (COP staat voor coefficient of performance. Het is een cijfer dat uitdrukt hoe efficiënt een warmtepomp werkt, red.) in. Warmtepomptechniek is een heel mooie techniek, maar ze is wel veel gevoeliger voor waterkwaliteit dan klassieke ketels. En dat terwijl het vervangen van een ketel verschillende malen goedkoper is dan het vervangen van een warmtepomp.”

Vincent Vancaeyzeele: “25 à 40 procent lijkt mij toch een hoge inschatting, maar warmtepompinstallaties verliezen door vervuild systeemwater zeker wel meer rendement dan klassieke ketels.”

Pieterjan Spyns: “Om het nog even te verduidelijken: in warmtepompen circuleert meer zuurstof doordat ze minder goed ontgassen. Daardoor krijg je meer roest in plaats van magnetiet en dat is niet magnetisch, waardoor klassieke magneetfilters niet werken.”

Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 2
Pieterjan Spyns.

Bij renovatie worden warmtepompen vaak aan oude circuits gekoppeld. Schuilt daar een extra risico in voor de kwaliteit van het systeemwater?

Pieterjan Spyns: “Absoluut! Je kan ervan op aan: in oude installaties zit al vervuiling, zijn er lekken geweest en is het systeemwater al vaak veel bijgevuld. Dat betekent: extra zuurstof en afzettingen. Je koppelt dus een gevoelige technologie aan een vervuild verleden. Dan weet je eigenlijk al dat het fout zal lopen. Daarom is het cruciaal om bestaande installaties grondig te analyseren en te behandelen vóór je er een warmtepomp op aansluit.” ‎‎

Wie is verantwoordelijk bij verminderde prestaties van een verwarmings- of koelinstallatie door slechte systeemwaterkwaliteit?

Yves De Meuter: “Dat moet je geval per geval bekijken. Er is zelden één duidelijke schuldige. In de praktijk richt de eindgebruiker zich meestal eerst tot de installateur. Als het probleem complexer wordt, komt de fabrikant in beeld en bij grotere dossiers schuiven ook studiebureaus, architecten of de bouwheer mee aan tafel.”

Vincent Vancaeyzeele: “Bij grote schadegevallen zie je vaak een doorschuifscenario: iedereen wijst naar elkaar. Pas bij zware dossiers komt er een juridische procedure waarbij een expert aangesteld wordt.”

Yves Desplenter: “Bij residentiële installaties wordt het meestal in der minne opgelost.”

Vincent Vancaeyzeele: “Ik wil wel benadrukken: je mag wel veronderstellen dat de meeste verwarmings- en koelinstallaties geplaatst zijn door gepassioneerde installateurs. Dikwijls zijn problemen een samenloop van omstandigheden.”

Yves De Meuter: “De klant kan bijvoorbeeld iets hebben gedaan dat de problemen heeft veroorzaakt of versterkt, zoals water hebben toegevoegd of afgelaten zonder dat het nodig was.”

Wordt systeemwaterkwaliteit vandaag voldoende meegenomen in bestekteksten?

Pieterjan Spyns: “Bij particuliere projecten: nee. Dat is daar quasi onbestaand. In grotere projecten duikt het onderwerp wel op, maar vaak oppervlakkig. Zoals eerder gezegd: de technische kennis ontbreekt daarvoor te vaak.”

Vincent Vancaeyzeele: “In grotere projecten zie je het inderdaad vaker terugkomen, maar vaak blijft het beperkt tot algemene formuleringen zoals ‘regels van goed vakmanschap’. Dat er soms verwezen wordt naar richtlijnen betekent overigens ook weinig als ze niet gekend zijn.”

Welke behandeling zou vandaag standaard moeten zijn voor systeemwater in verwarmings- en koelinstallaties?

Pieterjan Spyns: “Vullen met gedemineraliseerd of op z’n minst onthard water. Dat is de basis. Daarnaast zijn het beperken van staal in lagetemperatuursystemen, controle op vervuiling en pH-waarde en het vermijden van zuurstofinslag – door een juiste materiaalkeuze – ook wenselijk. In de praktijk vullen wij bijvoorbeeld met gedemineraliseerd water en voegen we een inhibitor toe zoals Fernox F1 om corrosie en kalkvorming structureel te beperken.”

Hoe bewaak je dan heel concreet de systeemwaterkwaliteit tijdens de levensduur van de installatie?

Yves Desplenter: “Bij opstart moet de waterkwaliteit gemeten worden, eventueel behandeld met inhibitoren en gedocumenteerd. Dat vormt je referentie. Daarna zijn periodieke controles nodig waarbij de waarden van het genomen watermonster worden vergeleken met de oorspronkelijke waarden en moet je ingrijpen wanneer nodig.”

Pieterjan Spyns: “Wij meten systematisch de pH en de werking van aanwezige inhibitoren, met teststrips van Fernox. Zeker als we de installatie niet zelf geplaatst hebben.”

Vincent Vancaeyzeele: “Wat Yves allemaal noemt zou, en we vallen in herhaling, standaard moeten zijn, maar dat is het niet. In de praktijk sneuvelt wateranalyse vaak als eerste zodra offertes vergeleken worden op prijs, of omdat noch klant noch ontwerper het belang ervan scherp voor ogen heeft. We focussen in de praktijk, en dat doet Pieterjan dus goed, op parameters zoals pH en inhibitoren, maar dé bepalende factor – zuurstof – meten we eigenlijk zelden rechtstreeks. De reden daarvoor is dat dit technisch gezien bijzonder moeilijk is en zeer dure meetapparatuur vereist, zoals die die in de voedingsindustrie wordt gebruikt.”

Pieterjan Spyns: “Voorkomen is altijd goedkoper en eenvoudiger. Je kan achteraf wel spoelen, reinigen en behandelen, maar dat vraagt meer tijd, kost meer geld en je hebt nooit de garantie dat alles opgelost is”

Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 3
Yves De Meuter.

Wat kost slechte waterkwaliteit in een verwarmings- of koelinstallatie de gebruiker eigenlijk financieel? Hebben jullie concrete cijfers of praktijkvoorbeelden?

Yves Desplenter: “Dat valt moeilijk te kwantificeren. Je moet al optellen wat de interventies kosten, hoeveel energie je meer verbruikt en wat op dat moment de gas- of elektriciteitsprijs is, wat precies vervangen moet worden … Daar zijn bij mijn weten nog geen degelijke studies over, regionaal noch internationaal.”

Vincent Vancaeyzeele: “Als je installatie twintig jaar meegaat in plaats van twaalf, dan heb je acht goedkoper jaren extra. Zo moet je het bekijken, vind ik.”

Yves De Meuter: “Europa heeft zo’n twee jaar geleden een soort meettoestel op dat vlak afgeschaft, de audit op een verwarmingsinstallatie. Die focuste op de werkelijke prestaties van een verwarmingssysteem.”

Stellen fabrikanten specifieke eisen aan systeemwaterkwaliteit in de garantievoorwaarden? En wat gebeurt er concreet wanneer zo’n garantie geldt en een installatie het begeeft door slecht systeemwater?

Yves De Meuter: “Fabrikanten, wij met Vaillant Group dus ook, schrijven duidelijke eisen voor op het vlak pH, geleidbaarheid, hardheid … Maar we zijn daarin natuurlijk afhankelijk van de installateur. Bij problemen wordt meestal een oplossing op maat uitgewerkt. De fabrikant neemt daarbij soms een deel van de kosten op zich, maar dat heeft grenzen.”

Yves Desplenter: “Bij grotere installaties stellen we op dat vlak een duidelijke evolutie vast: wateranalyse gebeurt bij opstart en is er periodieke opvolging die wordt bijgehouden in een logboek. Bij kleinere installaties gebeurt dat nog te weinig.”

Vincent Vancaeyzeele: “Gebruikmaken van de garantie is in de meeste gevallen wel niet aan de orde. De meeste problemen treden immers pas op buiten de tweejarige wettelijke garantietermijn.”

Het belang van een goede systeemwaterkwaliteit in verwarmings- en koelinstallaties 4

Veel eindgebruikers zien de behandeling van systeemwater in verwarmings- of koelinstallaties als een extra kost. Hoe verkoop je het transparant zonder het gevoel te geven dat er iets wordt opgedrongen?

Pieterjan Spyns: “Ik verkoop niets, ik leg uit. Ik probeer het belang zo tastbaar mogelijk te maken. Met eenvoudige voorbeelden: een kookpot met water, twee stukjes buis, wat er gebeurt met lucht en temperatuur. Dan zien mensen zelf wat het verschil is tussen een installatie waar alles juist zit en één waar dat niet zo is. Als je dat visueel maakt, valt het kwartje meestal wel. Het probleem is dat eindgebruikers die uitleg niet altijd krijgen.”

Yves Desplenter:“De kost is het probleem niet. Voor een doorsnee installatie spreek je over ongeveer 40 euro voor waterbehandeling, op een totaal van pakweg 15.000 euro. Dat is verwaarloosbaar. Het echte probleem is dat veel mensen de impact van waterkwaliteit gewoon onderschatten.”

Ik denk dat dat laatste inderdaad de belangrijkste conclusie is uit dit rondetafelgesprek. Wat kan de installatiesector anders doen om de systeemwaterkwaliteit structureel te verbeteren?

Pieterjan Spyns: “De sector moet vooral weten: in een verwarmings- of koelinstallatie hoort geen putwater, stadswater of regenwater thuis, alleen behandeld water, lees: gedemineraliseerd of op z’n minst onthard water. Daarnaast moeten fabrikanten en installateurs materialen gebruiken die problemen met systeemwater zo veel mogelijk helpen te beperken. Die twee sporen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als je maar inzet op een van de twee, zal je nog altijd met problemen zitten. Tot slot moeten installateurs het belang van systeemwaterkwaliteit ook structureel benadrukken bij hun klanten.”

Yves De Meuter: “Er ligt ook een rol voor de overheid: als waterkwaliteit verplicht wordt meegenomen bij de oplevering van een installatie, bijvoorbeeld via een eenvoudig bewijsdocument, dan zou dat al een grote stap vooruit zijn. Dan is een minimumkwaliteit al gegarandeerd.

Daarnaast is er niet enkel meer bewustwording nodig bij installateurs en eindgebruikers, maar bij alle betrokken partijen, dus ook architecten en studiebureaus. In sommige gevallen kan ook de inzet van gespecialiseerde partijen voor analyse en opvolging een meerwaarde bieden, zeker bij complexere installaties.”

Vincent Vancaeyzeele: “Eindgebruikers en in mindere mate architecten zijn maar weinig bezig met technieken bij de realisatie van een bouwproject. Dus sensibilisering en wettelijke instrumenten zijn wel aan de orde.”

Yves De Meuter: “Ik wil daar wel nog een kanttekening bijplaatsen. De installateur krijgt vandaag steeds meer verantwoordelijkheden. Vroeger ging het vooral over hydraulica, vandaag komt daar elektriciteit, regeling en nu ook waterchemie bij. De vraag stelt zich of dat allemaal wel haalbaar blijft.”

Bedankt voor jullie waardevolle inzichten, heren.

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten